Writers block

28 01 2009

Lange tijd liet ik het stil zijn rond mij. Tijdelijk afgesloten van de buitenwereld, nam de examenperiode het beste van me weg. Mijn dagelijkse trip naar de brievenbus, was de enige die mij nog in de buitenlucht bracht en zelfs dat werd een verwaarloosbare taak. Na weken staren naar een te goed gevulde cursus, werd het tijd voor een nog hatelijkere periode dan blokverlof: een writersblock. Niet langer staar ik leeg voor me uit op een goed gevulde cursus vol woorden, die ik er toch niet in krijg, nu vul ik mijn dagen met staren naar een leeg blad met woorden die ik er toch niet uitkrijg. Tijdens het blokverlof is het immers niet de bedoeling iets te doen dat leuker is dan blokken (wat op zich al een groot probleem veroorzaakte), maar om dat te vermijden moesten alle pennen uit mijn buurt gehouden worden. Mijn blog ook tijdens de blok te onderhouden zou immers enorm afleidend zijn en zou me eraan herinneren hoe leeg het leven van een student is als er examens op komst zijn.

Want waarover kan je schrijven als je zo min mogelijk interessante dingen mag meemaken?

Goede intenties waren er genoeg. Met een berg aan motivaties, legde ik alles dat potentieel interessant kon worden van me weg. Gordijnen gingen gedurende de dag dicht (niets is immers zo afleidend als vogeltjes die aan voedselbollen bengelen), sudoko’s werden haastig ingevuld zodat ik ze niet nog eens kon maken en ik maakte mezelf wijs dat De Slimste Mens Ter Wereld het enige leuke televisieprogramma was dat tijdens de blokperiode liep. Ook mijn blog, pen en mogelijke dagboeken legde ik naast me neer. School zou voorrang krijgen en op politiek 2 zou ik me gaan focussen…

Waar ik toen echter niet bij stilstond was het effect dat niet schrijven op een journalist heeft. Net als fietsen is schrijven iets dat je nooit verleerd, maar net als fietsen duurt het even voor je weer een rechte lijn te pakken hebt na een lange rustperiode. Met het nodige vallen en opstaan probeer ik me dus nu door mijn eerste blog op bijna twee maanden tijd te wringen. Inspiratie was er immers altijd genoeg, maar een ooit bedachte titel schrijft zichzelf niet verder uit. Dus zit ik al een tijdje naar dit scherm te turen voor er ook maar iets zinnigs uit komt. Inspiratie kruipt namelijk waar bloed niet gaan kan en komt liefst op het moment dat je het minste beschrijfbare materiaal in je buurt hebt. Midden in de nacht, tijdens het overlopen van je dag, schiet je immers weer vanalles te binnen en ineens is hij daar: de perfecte titel. De beste openingszin en een goede afsluiter komen meestal niet al te veel later en vullen je gedachten al snel. Haastig op zoek gaan naar papier is dan de boodschap. Maar tussen het aansteken van het licht en het schrijven van wat kernwoorden, loopt heel wat fout. Niets is immers moeilijker dan je uit je slaap en comfortabele houding los te wringen voor een blog die je misschien kan gaan schrijven. En zo gaan honderden goede ideeën en intenties verloren en eindigen we allemaal starend naar een leeg vel papier. Mijn goede voornemen voor 2009 is dan ook een pen en papier naast mijn bed te houden, zodat mijn volgende blogs al iets vlotter en interessanter worden dan deze hier..





IAEenzaamheid

16 12 2008

Voor ieder ander lijkt het de perfecte manier om aan een diploma te komen: IAE zijn. Met een Individueel Aangepast Educatieplan kan je immers grotendeels zelf kiezen wanneer je in welke klas welke les volgt en met héél veel geluk kan je jezelf vrije dagen en een beter examenrooster geven. Dit wordt echter zwaar overschat. Niet enkel moet je alle vakken waarop je niet slaagde tijdens de zomer nog eens doen (wat de vakken enkel nog maar saaier en irritanter maken), ook zit je met de constante druk om deze keer wel te slagen. De prof die 50 keer ‘Euh’ op een kwartier tijd zegt, is gedurende de eerste zittijd een leuk tijdverdrijf. Maar vanaf de tweede keer dat hij je buist, wordt de drang om de fiets van tante Mariette diep in zijn reet te rammen gevaarlijk groot. Ook op het thuisfront is IAE allesbehalve ideaal. Hoe meer tijd je vrij hebt, hoe meer tijd je thuis zit en hoe meer druk er dus op je schouders gelegd kan worden. Velen moeten hun studies immers zelf betalen indien ze moeten trissen. Voor mij is het niet zoveel anders. Grofweg gesteld durf ik zelf beweren dat mijn aanhoudende slokdarmontsteking grotendeels aan ouderlijke examenstress te wijten valt. Maar wat me nog meer stoort dan in herhaling vallende leerkrachten en ziekmakende examenstress is de IAEenzaamheid.


De IAE-er is immers diegene die wel naar de les komt, maar in zoveel verschillende klassen zit dat zijn/haar afwezigheid amper opgemerkt wordt. Bij het afroepen van de aanwezighedenlijst zoeken de vaste klasgenoten nieuwsgierig mee naar de vreemde eend in de bijt. Daarom nog niet de meest opvallende, domste, lelijkste of ‘om uitsluitingvragende’ persoon, gewoon diegene die zijn draai in de klas nog moet vinden. Maar hoe moet je je draai vinden in een klas die je amper ziet? Jarenlang slaagde ik erin weg te smelten in de massa. Haast als deel van het decor paste ik me aan aan mijn klas en zorgde ik er zo voor dat ze me niet zouden lastigvallen, pesten of uitsluiten. Dat ik hierdoor nooit Miss Popular was, kan me zelfs nu nog steeds niets schelen. Niet opvallen was immers het enige dat ik wou. Maar toen was het nog simpel. Met een redelijke eenzijdigheid aan karakters, streefdoelen en gespreksonderwerpen, was het makkelijk voor mij om me er deels in te mengen en deels uit te houden. De karaktereigenschappen die het meeste voorkwamen, lichtte ik het meeste op en mijn plan om niet op te vallen lukte wonderwel. Zo goed zelfs dat haast geen middelbare leerkracht me nog herkend als ze me nu toevallig tegenkomt.
Maar op de hogeschool is alles anders. Het is niet meer de massa, je vriendenkring en status die telt, maar het draait alleen maar om jou. Wie je bent, wat je doet en waar je naartoe wilt met je leven. Voor ieder onder ons zijn dit simpele vragen, maar mijn haast schizofrene manier van aanpassen had me verdwaasd achtergelaten en ik moest de zoektocht naar mezelf nog beginnen. Met een goed beeld van wie en wat voor ogen, kon ik verder gaan. Vrienden maken, een carrière uitdenken en beter worden. Dat de laatste twee nog redelijk te doen zijn, hoef ik er haast niet bij te vertellen. Maar dat ik het nog zo moeilijk zou hebben met mijn eerste doel, had zelf ik niet verwacht. Het is immers allesbehalve gemakkelijk om bevriend te zijn met iedereen en als IAE is het enorm moeilijk je volledig te binden aan één klas. Dus bond ik me aan tussenpersonen. Mensen waar ik iets aan heb, die met me meegaan van klas naar klas en die ondertussen zielsveel voor me betekenen. Meer bij hen dan bij andere klasgenoten, is het niet moeilijk om van IAE naar buitenstaander te gaan.


Vorige week op het bal drong dit ijzingwekkend hard tot me door. Een hele zaal vol bekenden, maar slechts een handvol waartegen iets te zeggen viel. De paar mensen waar ik een zinvolle avond mee kon doorbrengen, kregen de volle aandacht, maar voor ik het wist werd ik een plakkoppel. Mijn eerste bal met date stond wel grotendeels in teken van ‘een geweldige tijd met hem’, maar hoeveel zaliger zou het niet zijn geweest, deel uit te maken van de groep? Me niets aan te trekken van bekend of onbekend en gewoon mee zot doen op de foto’s. Op eender welke gelegenheid zou me dit gelukt zijn. Ik had me gemengd, mensen beter leren kennen en me bangelijk amuseren met die hele zaal. Maar ik kon het niet. Bij elke nieuw contact, drong tot me door hoe oppervlakkig ik sommige mensen wel niet ken. Een gedeeld gespreksonderwerp in de Ham is immers iets volledig anders dan een geroepen conversatie in baljurk.


Nog maar een paar weken en dat probleem is opgelost. Na de kerstexamens beginnen de derdejaars namelijk aan hun stages en eindwerken en veel zal ik hen dus niet zien. Maar is dat nu wat ik wil? Niet enkel moet ik lijdzaam toezien hoe degenen waarmee ik drie jaar geleden begon al stages gaan doen en afstuderen, ook moet ik beseffen dat zonder hen niet veel me nog aan de Ham bindt. Het zijn immers de zeldzame zotte momenten op de gang die het hamleven zo geweldig maken. Iedereen kent iedereen en onderwerpen zijn er meer dan genoeg, maar zodra het erop aankomt heeft ieder wel zijn vaste groep. Zijn klas. En hoewel de IAE-er meerder klassen heeft en dus véél meer volk kent dan iemand met klasgrenzen, het gebrek aan diepgang kan gaan knagen. Het is immers veel beter tien mensen door en door te kennen, dan een hele school slechts bij naam te kennen.


Maar wat is nu mijn eindconclusie of wat hoop ik te veranderen? Week na week geef ik meer van mezelf te kennen, wil ik iets in de aandacht zetten of hoop ik gewoon leuk genoeg te zijn om gelezen te worden, maar wat wil ik deze week bereiken? Een slogan als ‘Geef liefde aan de IAE-er, hij heeft het al zwaar genoeg’, kan je van mij al zeker niet verwachten. Zelf ik ben niet weekhartig genoeg om te geloven dat enkel sociale gevallen bepaalde vakken moeten dubbelen. Misschien is dit gewoon mijn afscheid. Kort aantonen dat ik het soms zwaar rot vind niet mee te gaan waar anderen wel heen kunnen, maar ook gewoon dat ik hen zal missen. Hoewel ik niet aan één klas gebonden ben, voel ik me toch verbonden met hen waarmee ik deze laatste drie jaar deelden. En hoewel ik nog op de schoolbanken zit terwijl zij zich al in de woelige wateren der journalistiek begeven, zal ik stiekem blijven hopen hen nog veel tegen te komen in de gezellige gangen van de Ham…





Galagedoe

10 12 2008

galagedoe

Donderdagavond is het alweer zover: het galabal van de KHM. Zonder enig idee wat aan te doen, waar te slapen of welke dranklimiet ik mezelf best opleg om geen gezichtsverlies te lijden, begin ik me steeds meer vragen te stellen over het hele gala-gedoe. Het is immers de bedoeling er om ter best uit te zien, de leukste date te hebben, genoeg mensen te kennen en de beste avond ooit te hebben. Althans, dat was zo in het middelbaar. Afgekeken uit Amerikaanse feel-good-tienerfilms, hecht de jeugd van tegenwoordig steeds meer belang aan de juist jurk, date en gezichtsuitdrukking op hun eindejaarsbal. Gedurende héél mijn laatste jaar op het middelbaar, maakte ik me dus over weinig anders zorgen dan welke jurk ik zou gaan aandoen op die wonderbaarlijke avond.

Nu, meer dan twee jaar na mijn laatste bal, maak ik me meer zorgen over mijn ingesteldheid van toen, dan over het glamourgehalte dat mijn jurk moet hebben. Toegegeven, deze week werd gevuld met spiegelmomenten en zoektochten door mijn kleerkast, maar dat de overbodige kilo’s er nog lange niet af zijn, kan me tegenwoordig niets meer schelen. Of het nu ligt aan een verandering van vriendenkring of het feit dat ik tijd, noch geld heb om aan gepieker hierover te besteden, geen galabal zal ooit nog zo’n big deal zijn als dat van het middelbaar.

Urenlang voor de zaal nog maar versierd was, stond ik drie jaar geleden (de dag dat ik afstudeerde) al voor de spiegel te poseren. Met een krultang in de hand en de jurk van mijn dromen reeds op de juiste manier gedrapeerd, had ik al honderden glimlachen geoefend voor die avond. Dat het bal meer gaat om het plezier van afstuderen, dan om een goede indruk, had ik toen nog lang niet door. En toen de krullen maar niet wouden komen, de jurk toch niet het effect gaf dat ik me had ingebeeld en ik nog altijd geen date had, sloegen de stoppen stilaan door. Met een teveel aan stress en hevig overreagerend, deed ik het enige dat een tienermeisje op zo’n moment kan doen: gefrustreerd naar haar beste vriendin rijden om daar deskundig bijgewerkt te worden. Dat de date waarover de beste vriendin wel beschikte hierdoor langer op de gang moest wachten dan gepland, moest hij er maar bij nemen. Maar schitteren zou ik.

Hoewel mijn haar toch nog goed lag, de jurk best meeviel en ik kon binnengaan met een goede vriendin als date, het bal zelf was toch niet zo wonderbaarlijk als voorgesteld. Plezier en leuke momenten waren er meer dan genoeg, maar met honderden piekeringen en domme dingen aan mijn hoofd, maakte bewust genieten geen deel uit van de avond. Dat dit ronduit zonde was voor mijn allerlaatste bal op die school, besefte ik enkele maanden later. En zonder enige twijfel, laat staan domme stress, deed ik mijn eindejaarsbal het jaar erna gewoon nog eens over. Met dezelfde vrienden, in dezelfde jurk en hetzelfde gebrek aan date.

Maar waarom nu al die stress? En waarom is een date zo levensnoodzakelijk voor een bal? Wat in het middelbaar als reden om niet te gaan werd gegeven, geldt nu nog steeds. Geen date, geen bal. En hoewel mijn date dit jaar één van de hoofdredenen is waarom ik zeker ga, blijf ik me vragen stellen bij het nut. Dat je graag pronkt met degene die je graag ziet en een galabal een geweldige uitstap is als koppel, trek ik niet in twijfel. Maar zodra je geliefde verandert in een handig decoratiestuk dat je aanzien kan verbeteren, wordt het me iets te zielig. Niets geeft immers meer van je karakter en kwaliteiten prijs, dan iemand die alleen naar een bal durft gaan en zich geweldig amuseert onder vrienden. Of het nu gebrek is aan een date of puur dient als statement, steeds meer mensen gaan alleen naar het bal en zijn hier trots op. Ik dans wel met mezelf, is tegenwoordig steeds meer een ingesteldheid dan een liedje en de botte oppervlakkigheid van Amerikaanse tienermeisjes is mijn generatie al lang weer kwijt. En of er nu drie mensen met dezelfde jurk mijn pad kruisen of niet, het bal dit jaar wordt zonder meer eentje om niet te vergeten.





Het blote benensyndroom

2 12 2008

het-blote-benen-syndroom

Hoewel de financiële crisis nog verre van opgelost is en ook global warming een blijvende bedreiging voor onze aarde vormt, kampt onze maatschappij met een nieuw, snel groeiend en schrijnend probleem: het blote benensyndroom. Nu de klok op winteruur staat en de dagen steeds langer worden, beginnen de rokjes en kleedjes op het straatbeeld steeds opvallender te krimpen. Als een waar statement tegen de toenemende kou, trekt de modebewuste vrouw steeds vaker aan het kortste eind. Terwijl de meeste mannen zich bij de minste windvlaag verder verdiepen in dikke sjaals en stoere mutsen, geeft hun vrouwelijke wederhelft steeds meer van zichzelf bloot. De stevige verkoudheid die hen vaak te wachten ligt, leggen zij rustig naast zich neer terwijl steeds meer mannenhoofden hun outfit goedkeurend op de voet volgen. Dat wij het mooiere geslacht zijn, wordt al bevestigd door onze dappere kledingskeuze, maar zijn wij ook het slimmere?

Mannen worden steeds schaarser. Niet enkel het aantal echte mannen bindt stevig in, maar ook de moderne man en de man op straat moeten steeds meer aan terrein inleveren. De sterke jager van vroeger is stilaan meer en meer een bedreigde diersoort op zich te worden. Of het nu komt door geboorteregeling of een te veel aan vrouwelijke hormonen in het kraantjeswater (die het geslacht van foetussen bepalen), het aantal mannen op deze planeet begint stilaan af te nemen. En hoewel de vrouwen onder ons de titel van ‘sterkere geslacht’ steeds dichter bij zien komen, laat dit beginnende tekort aan testosteron ons niet koud. Erger nog, we gaan er gewillig kou voor lijden. Een teveel aan vrouwen en tekort aan mannen mag dan wel de droom zijn van elke man (welke man zou drie vrouwen tegelijkertijd weigeren?), zolang alleenrecht afdwingbaar is is bikkelharde concurrentie van kracht. Het etaleren van blote benen is dus vele meer dan tentoonstellen wat je in huis hebt, het is ook een teken van moed. Maar ligt er niet enorm wat oppervlakkigheid verstopt in dit modebewuste gebaar?

Dat het niet de lengte is die er toe doet, maar vooral wat je ermee doet, probeert onze medeman ons al langer dan vandaag wijs te maken. En hoewel hier vooral mee gelachen wordt, beginnen ook steeds meer vrouwen deze stelling te geloven. Hoe korter het rokje, hoe langer de benen en hoe meer aandacht je krijgt. Maar gezien deze zowel mannelijk als vrouwelijk en dus niet altijd even positief is, is het maar zeer de vraag of deze nieuwe paringstechniek ook echt wel werkt. Ik persoonlijk heb hier zwaar mijn twijfels over. Toegegeven, nu ik zelf in een gelukkige relatie zit, heb ook in mij aan een kort rokje vergrepen. Vergezeld door een paar hoge hakken en een zwarte legging, zette ik mijn beste beentje voor en trok ik dapper naar de les. Klaar voor commentaar. Maar het spervuur aan blikken en vragen dat ik me voor ogen hield tijdens het kiezen van het rokje bleef uit. Geen verhitte discussies over lengte of beenkleur, laat staan walgende blikken van mijn medestudenten. Het bleef ijzingwekkend stil en beenbevriezend koud.

Van verluchtingsmethode tot verleidingstruc, het korte rokje heeft een lange weg afgelegd. De onpeilbare dieptes van de kleerkast vormen niet langer een terugkerende winterverblijfplaats voor het minirokje, maar wordt eerder gereserveerd voor lange, zwierige zomerrokken. Terwijl de seizoenen steeds verder in elkaar verschuiven en ook de outfits als dusdanig gecombineerd worden, valt op dat het korte rokje niet langer gereserveerd is voor diegenen die van blote benen hun beroep maakten. Toch is het niet onnodig te zeggen dat de echte winter steeds dichterbij komt en het zou zonde zijn als een verkoudheid ons de titel van ‘sterkere geslacht’ zou kosten…





Winterwonderland

25 11 2008
winterwonderland

Zondagochtend. Hoewel mijn vader net de dag ervoor 55 was geworden, liep hij al ’s ochtends vroeg alle deuren die ons huis rijk is plat. “De verwarming werkt niet meer.” Een zin erger dan deze kan ik me haast niet meer bedenken. Hoewel het slechts eind november is en mijn verkoudheid nog maar in zijn beginfase zat, voelde ik dat het weer zo één van die dagen was… Een blik in mijn pas opgeruimde kleerkast, leverde mij de meeste onsamenhorende, maar warmste kledingsstukken op en mijn dag als fasionvictim kon beginnen. Wat een geluk dat ik niet de enige in dit huis was die zich belachelijk warm had gekleed die ochtend.. Een paar uur bibberen en beven later werden we dan toch uit ons lijden verlost. Ons huis had te maken met een “typische ziekte voor dat type verwarmingsinstallatie”. Een snelle reparateur gaf het beestje een naam, maar zolang het hier niet over een slepende ziekte gaat, maakt me die niet al te veel uit.

Nu de 20 steeds dichter bij komt verandert alles. Niet enkel ben je weer een stap dichter bij je dood en de toelating om te mogen drinken in the states, ook je relaties veranderen. Waar je elkaar vroeger slechts 2 minuten moest kennen om samen een legokasteel te bouwen en beste vrienden te zijn, steek je tegenwoordig al je moeite in het behouden van de bruidsmeisjesstatus. Samenleven met je ouders wordt elke dag een heus gevecht omdat je steeds meer je eigen ding wilt kunnen doen en diepe gesprekken zijn niet langer de ‘Sinterklaas’-gesprekken van vroeger. Ook je zicht op liefde en relaties maakt een duidelijk opmerkbare ommekeer. De gewone flirt van vroeger scoorde al bij het hebben van een leuke lach, terwijl de vriendjes van nu steeds meer worden gescand op goede papa kwaliteiten. Maar waar je het meest aan kan merken dat je ouder wordt, is je reactie op het ‘buitengewone’. Extreme situaties waren altijd al mijn ding. Als klein meisje was ik namelijk geboeid door ‘natuurfenomenen’. Die ene keer dat mijn straat onderliep moest en zou ik me daar absoluut in laten achterovervallen om zo nat mogelijk te worden binnengehaald. Ook stormen, onweer of felle rukwinden vormden altijd een evenement op zich. Maar met sneeuw had ik altijd al een speciale relatie. Totdat het zondag werd.

Sneeuw heeft me altijd al enorm geraakt. Niet omdat ik er meestal vanaf het eerste vlokje in stond (en dit liefst op blote voeten en zonder handschoenen), maar vooral omdat dit de start van de winter aankondigde en alles wat daar goed aan was. Het Sinterklaasseizoen is echter nog niet goed en wel ingezet of de eerste verwijzingen naar Kerstmis worden al over ons land gestrooid. Want wie denkt er nu niet spontaan aan Kerstmis, glühwein, kerstbomen en huiselijke warmte bij het zien van sneeuw? Helaas was er weinig warmte te bespeuren bij het vallen van deze sneeuw. Mijn kinderlijke glimlach en hoop op een sneeuwman, werden al snel de bevroren grond in geboord toen mijn zus kwam melden dat ze niet zouden vertrekken. Wegens slipgevaar. Als bij het horen van een codewoord sprong Stijn recht, melde dat hij dan best direct kon doorgaan omdat het anders nog gevaarlijker en later zou worden en voor ik het wist was zijn auto al uit mijn gezichtsveld verdwenen. De sneeuwbal gooiende kinderen waar ik anders misschien spontaan mee zou hebben bekogeld, kon ik haast met hun koppen in de sneeuw duwen toen ze begonnen gooien op rijdende auto’s en toen ik ook nog eens werd lastiggevallen door de man om de hoek, zette ik een punt achter mijn relatie met sneeuw.

Of het nu aan leeftijd ligt of aan een nieuw gevoel van realiteit, alle positieve aspecten van sneeuw smelten stilaan als sneeuw voor de zon. Jarenlang was ijs het snelste vervoermiddel naar school, maar waar toen gracieus gegleden werd, wordt nu genadeloos en gevaarlijk gevallen. Het ene slippertje volgt vaak het andere op en zelfs al heb je het geluk dit ongezien te begaan, de natte broek achtervolgt je vaak de rest van de dag. Wat vroeger een oneindige bron van plezier op zich was, wordt allemaal één gevaarlijke pot nat van zodra je over een rijbewijs of auto beschikt. Niemand ziet het immers zitten om urenlang te staan krabben voor vertrek, laat staan zich op een spekgladde baan te wagen. Slingerend van rijvak naar rijvak, houden vele chauffeurs hun hart vast en de geliefden thuis kunnen enkel hetzelfde doen. Ook met het openbare vervoer speel je zelden op veilig als er sneeuw of ijs mee gemoeid is. Gladde sporen en urenlange vertragingen zijn slechts enkele van de directe nadelen.

Dan maar binnenblijven geblazen? Niet enkel kan dit je sociale leven die winterse periode lang tot een ijzig dieptepunt brengen, het is ook verre van goed voor de vetverbranding en waarom niet gewoon genieten van dit zeldzame spektakel? De man op de hoek van mijn straat mag het misschien nog niet doorhebben, maar sneeuw is en blijft een zeldzaamheid. Zeker zo vroeg op het jaar. En waarom zouden we ons verlagen tot het niveau van iemand die dreigt de politie te bellen voor iemand die sneeuwfoto’s neemt? We zouden beter moeten weten en koesteren wat we krijgen. Het duurt immers niet lang meer eer alle vanzelfsprekendheden van deze aarde en ons klimaat om zeep zijn geholpen en het valt steeds minder vast te leggen wanneer en of er ooit nog eens sneeuw zal zijn en of we nog eens gaan kunnen genieten van dit winterwonderland.





Middelbare vriendschappen

18 11 2008

middelbare-vriendschappen

Make new friends, but keep the old. One is silver and the other gold. Hoe simpel en kinderlijk het allemaal wel niet lijkt, dit liedje is vaak aanzien als de manier waarop je een goed sociaal leven kan onderhouden. Was alles maar zo makkelijk als het bedenken van zo’n rijmpje. Hoewel het zesde jaar nog lang niet in zicht was, begonnen steeds meer overdreven emotionele vriendenkringen de belofte van eeuwige vriendschap tegen elkaar te gebruiken. Elke week weer zouden ze samen een hobby beoefenen, eten, dagelijks met elkaar bellen of e-mails sturen,.. Met andere woorden werd er haast geen tijd gestoken in nieuwe sociale contacten, laat staan huiswerk, want oude vrienden zouden ten alle kosten behouden worden. Hoe nobel die belofte om er altijd voor elkaar te zijn wel en samen oud te worden wel niet is, een optimistische kijk op het echte leven later blijft er van die belofte geen spaander meer heel. Na enkele woelige  jaren van gescheidenheid wordt immers duidelijk dat niets zo moeilijk is als het effectief nakomen van die beloften en het onderhouden van middelbare vriendschappen.

Voor velen onder ons is het waarschijnlijk een gekend beeld: groepen tetterende, giechelende en vooral roddelende vriendinnen die arm in arm over de speelplaats huppelen of gewoon postvatten aan hun favoriete verzamelplaats. Nog niet zo lang geleden maakte ik daar zelf nog deel van uit. Niets leek toen leuker dan zinloos rondhangen met een hoop vrienden en vriendinnen, liefst zo gelukkig ogend mogelijk en altijd druk bezig over het zoveelste item uit ons ooh zo interessante middelbare leven. In die tijd bepaalde de hoop meisjes aan je arm immers je sociale status op school, maar sinds populariteit schijnbaar wordt bepaald door je aantal vrienden op Facebook, kan ik enkel met heimwee vaststellen dat er niet veel van die klik overblijft. Ondanks onze belofte van ‘eeuwige trouw’.

De eerste breuken vertoonde zich al vrij snel. Terwijl veel van mijn vriendinnen een 7e jaar volgenden op mijn oude school, trok ik mijn dappere schoenen aan en werd de KHM mijn nieuwe thuis. Die eerste weken zat ik na de les sowieso nog meer bij mijn vriendinnen dan op mijn nieuwe school, maar de overstap was dan ook moeilijk te maken. Tot ik op 2 oktober op brutale wijze werd wakker geschud en inzag dat ook in Mechelen volk zat dat meer dan mijn tijd waard was. Stilaan sloot ik de Ham in mijn hart en het duurde niet lang eer ik me er net geen 24 uur per dag bevond. Het aantal uren in mijn carrièrewending nam dan wel steeds toe, gescheiden door pakweg een uur reistijd en een lessenrooster van verschil, werd de tijd die het vriendenklikje samen doorbracht steeds korter. Onze wekelijkse zwembeurt schoof week na week op en verdween zelfs volledig van de planning toen lichaamsbeweging werd ingeruild voor handspieroefeningen achter de pc. Ook mijn dappere pogingen om elke woensdagmiddag langs te gaan voor een uurtje brood en een babbel, werd door stilaan minder volk bijgewoond. Lang duurde het dus niet eer ik het beu werd alle moeite te doen en het afscheidingsproces kon beginnen.

Veldslagen uit vriendschap werden koude oorlogen. Kleine conflictjes uit liefde, groeien steeds meer uit tot grote misverstanden. Door een steeds groter verlies aan voeling met elkaar en wie wat meemaakt, is het immers maar al te simpel iets verkeerd te verstaan of een verkeerde keuze te maken en voor je het weet wordt die school vol vrienden gereduceerd tot een handje vol. Niet verbitterd, maar realistisch moet ook ik inzien dat het aantal vrienden van vroeger steeds meer slinkt en hoe hard ik ook probeer, de breuklijnen in onze relatie trekken onze werelden steeds verder uit elkaar. Een gebrek aan raakpunten voor een conversatie wordt opgelost door steeds minder live contact en een sporadische ‘Hey, hoe is het?’ in sms vorm. Niets is immers zo simpel als per gsm plots ‘druk bezig te zijn’ in plaats van toe te geven dat er nu eenmaal niets meer te zeggen valt. Hoe moeilijk het wel niet is om elkaars leven te volgen en begrijpen, kan ik alleen maar illustreren met mijn beste vriendin van vroeger. Tot twee jaar geleden waren we nog beide vrijgezel, onbezorgd en zagen we elkaar minstens één keer per week. De velen uren aan de telefoon vlogen voorbij en hoewel ik altijd wel iets te doen had voor school, stond ik er telkens ze me nodig had. Maar tijden veranderen. Een jaar en 8 maanden geleden werd zij een koppel met mijn beste vriend van vroeger en voor ik het doorhad werden er trouwplannen op de tafel gegooid. Alle gesprekken van nu gaan over ringen, het opstellen van de gasten in de kerk, waar en wat op de huwelijksnacht en zo blijft het maar doorgaan. Duidelijk niet thuis in dat wereldje blijft mijn aandeel in de ‘conversatie’ beperkt tot geknik en als er al eens een praktische opmerking tussen kan is het al een wonder te noemen. Verder en verder groeien we uit elkaar terwijl haar trouw steeds verder ontwikkeld. Zelfs zorgen , gepieker of onzekerheden delen we op de dag van vandaag al niet meer. Zij is immers aan het nadenken of ze nu bordeaux servetten wilt met een wit tafellaken of andersom terwijl mijn hoofdzorg is waarover ik nu weer een column wil/ schrijven.

Hoeveel pijn het me ook doet, steeds meer vriendschappen van vroeger raken verloren, maar al een geluk gaat niet alles zomaar verloren. Hoewel mijn oudste vriendschappen niet veel meer inhouden dan één jaarlijkse babbel, de sfeer van vroeger blijft eeuwig standhouden in onze begroetingslach. Vrienden uit de lagere school zijn immers uit een heel ander hout gesneden dan die van het middelbaar. De middelbare vriendschap durft immers van dag op dag te veranderen, terwijl die van de lagere school een vertrouwde constante is uit de tijd dat je je nog niet moest bezighouden met meer dan je Flippo-verzameling. Waar je in het middelbaar de ene dag afspreekt allemaal dezelfde trui aan te doen, krab je een dag later elkaar de ogen uit wegens “dezelfde schoenen”. Deze constante zoektocht naar evenwichtige onafhankelijkheid, een eigen karakter en toekomst zorgt immers voor vele moeilijke momenten. En hoewel het net daar is waar je de andere nodig hebt als steun, volgens mij is dat het punt waarop we elkaar kwijtraken. Iedereen wilt immers de weg naar zichzelf vinden, maar dit tegelijkertijd met zoveel mogelijk anderen. Mensen hebben namelijk mensen nodig. Niet is immers leuker dan het samen zoeken naar een oplossing voor een zoveelste onmogelijke liefde of gewoonweg ruzies thuis. En hoewel dit de perfecte en goedkoopste vorm van therapie is, hoe je verder moet met je leven ontdek je pas later en meestal helemaal op je eentje.





X+Y=/2

13 11 2008

Dat wiskunde nooit echt mijn sterkste kant is geweest, is al snel bewezen met een titel als deze. Ik nodig dan ook iedereen uit me het nut van hoofdrekenen uit te leggen als je een elektronisch rekenmachine op handformaat met snakefunctie kan gebruiken.. Maar hoewel ik dus zonder gêne durf toe te geven dat ik op wiskunde 100% faal, koppels zullen de waarheid in mijn formule wellicht weten te vinden. Liefde is immers niets anders dan het delen van dingen.

Je deelt je tijd, vrienden, familie, eten, lucht, ruimte, een bepaalde periode uit je leven, emoties, geld, een bed, een mening.. Liefde is dan wel het dubbele van één samengebracht tot één geheel, het is ook net dat geheel gedeeld door die twee mensen. Vanaf het prille begin tot het bittere einde ben je immers altijd aan het delen met elkaar en hoewel je ongetwijfeld niets liever doet, is liefde toch wel een enorm kostelijke affaire.

Niet enkel kost liefde geld, geduld en hopen tijd, ook aan schoolpunten en sociale contacten verlies je enorm wat terwijl je het leven van op een roze wolkje aanschouwt. Vanaf het moment dat x en y elkaar ontmoeten, kan het kostelijke kantje van verliefd zijn stilaan meespelen. Beiden moeten ze inboeten aan tijd, tijd die ze anders in huiswerk of hun vriendenkring zou steken. Deze wordt nu volledig opgeofferd om een zo goed mogelijke indruk te maken en elkaar voor zich te winnen. Ook veel geduld is er in die eerste fase al nodig. Niet iedereen is immers zo onsubtiel over wat er aan het groeien is en degene die de eerste stap niet durft te nemen, moet geduldig afwachten tot de andere dat wel doet.

Op zich heb ik hierover niet al te hard te klagen. Hoewel het al vanaf de eerste ‘hey’ duidelijk was wat zijn intenties waren en ik toch zes dates moest wachten eer er een stap genomen werd, de tussentijd was meer dan geweldig. Niet enkel gaf hij mij meerdere reden om hem al op voorhand graag te zien, het al dan niet doorhakken van een knoop ging vele sneller nu ik hem kon doorgronden en geleidelijk aan beter leerde kennen. Toch zijn er veel ideale momenten geweest waarop het meer dan aan te raden was geweest dat ook hij mijn gedachten kon lezen.

Als het moment dan eindelijk komt dat x en y een koppel worden, moet er echter een nog hogere prijs betaald worden voor je pas gevonden geluk. Elk vrij moment wordt immers vanaf dan benut door bij elkaar te zijn of minstens aan elkaar te denken. Ook geld wordt steeds problematischer, want het leven blijft maar duurder worden en je zin om te koken neemt steeds meer af eens je doorhebt dat je die tijd ook voor andere, leukere dingen kan gebruiken… So fastfood it is, de snelste manier om en dik en blut te worden. Creativiteit is nog zoiets dat je al snel met hopen in je relatie steekt. Na een tijdje heb je immers allang alles gedaan en gezien dat mogelijk gedaan en gezien kon worden en zelfs al eet je maar gewoon fastfood, de keuze blijft ergerlijk groot.

Vooraleer ik ook deze keer eens diep ga nadenken over een eindzin die aanzet mijn column ook volgende keerte lezen (daarin ligt het grote geheim van de journalistiek ;-) ), zou ik toch graag nog even iets rechtzetten. Voor wie mij niet kent, kan het lijken dat ik negatief en kritisch ben over liefde en delen. Natuurlijk is kritisch zijn verre van een slechte eigenschap, ik wil niemand de indruk wekken een verbitterde y te zijn. Ik ben namelijk zo één van die tieners geweest die wel elk jaar verliefd werd op de meest onmogelijke bink van het school, waar ik liefst nooit één woord mee gewisseld had noch ooit mee zou wisselen. En hoewel al die domme, naïve verliefdheden er altijd op uitdraaide dat mijn ogen opengingen over de onmogelijkheid en het slechte karakter van die vlam, toch is liefde één van de weinige dingen gebleven die ik onmogelijk uit mijn leven zou kunnen schrappen.

Daarbovenop ben ik ook altijd een deelster geweest. Van toetsenblaadjes tot zakdoeken, je kan het zo gek niet bedenken of ik heb het wel ooit eens aan iemand uitgeleend. Wat van mij was gaf ik altijd zonder probleem door aan een andere die hier nood aan had. Eens verliefd en in een relatie, gaat het dagelijkse delen stilaan over van afweermechanisme (want wie altijd helpt krijgt zo weinig mogelijk kritiek of negativisme over zich heen) tot een blijk van liefde. Of het nu een blijk van liefde voor Disney-romantiek is, wat makkelijk te herkennen valt aan het delen van een bord spaghetti of het terughalen van je ziel uit Hades’s grot, in het kleine ‘ik geef je al wat ik heb’ schuilt een vele grotere boodschap. En al moet ik nachtenlang op één zij balanceren op het randje van zijn véél te smalle eenpersoonsbed, zolang hij me doet geloven dat ik ook een deel uitmaak van zijn leven, kan het me niet schelen of hij geld nodig heeft of een helpende hand, een goede pen om te schrijven of gewoon héél mijn hart.





Het kleefkoppel

4 11 2008

het-kleefkoppel

Vorige week donderdag drong het ineens tot me door. Vervuld met een mengeling van angst en walging, moest ik vaststellen dat ik werd wat ik nooit wou worden: een kleefkoppel. Naast een afscheidskoppel, zou ik dus ook tot de ergste groep van relaties gaan behoren…Iedereen kent er wel een paar en ik kan me niemand indenken die ze niet vervullen met ergernis. Jongen ontmoet ‘meisje van zijn dromen’ en vanaf de eerste kus lijkt het alsof ze elkanders ziel uit elkaars lijf hebben gezogen. Ze werden één en zijn onafscheidbaar. Natuurlijk is het niet meer dan normaal dat je als koppel veel en graag bij elkaar bent, maar niemand vindt het leuk na één kus nog maar één vriend te hebben in plaats van twee.

Hoe mooi echte liefde wel niet is hoef ik al lang niet meer aan te halen, noch te bewijzen. Maar koppels die zodanig aan elkaar plakken dat je hen haast in een Spoeddienst chirurgisch van elkaar zou laten lossnijden, zijn verre van geliefd. Helaas heb ook ik zo’n vrienden. Hoe oprecht hun liefde ook lijkt, ik kan geen stap meer zetten met de één of de andere moet erbij zijn. Het meest extreme geval was dat hij er als chauffeur absoluut bij moest zijn, maar onze conversatie achteraf zo interessant vond dat hij niet veel later lag te slapen op mijn zetel. Versta me niet verkeerd: ik ben zot op die mensen persoonlijk, maar hun type van relatie kan me wel eens de keel uithangen.

Maar wat moet je dan doen als je met een plakkoppel te maken hebt? Tijdens mijn lange vrijgezelperiodes, voerde ik lange conversaties om hen duidelijk te maken dat ik het niet erg vond dat ze zo plakte, maar dat ik onze ‘alleen tijd’ niet graag zag verdwijnen. Conversaties werden ruzies en het duurde dus niet lang eer ik hen hardhandig moest duidelijk maken dat het constante gelebber en bijeen zijn best wel irritant kan zijn voor een vrijgezel. Ik bleef dus ook bij laag en hoog volhouden dat ik dat niet zou doen. Ik zou zowel tijd voor mijn vriendinnen houden als voor mijn vriend, hem zeker nooit zo hard op de eerste plaats zetten en een eigen mening blijven behouden. Maar slaag ik nog wel in mijn opzet?

Vorige week besefte ik ineens dat mijn relatie misschien ook ingedeeld kon worden bij de kleefkoppels. Niet dat onze lippen zodanig met elkaar versmolten zijn dat er nog amper  woorden uit mijn mond komen (ik bezit namelijk een beleefde verlegenheid die ervoor zorgt dat ik hem nooit openbaar zal gaan aflikken met kennissen erbij), maar toch is hij steeds vaker present bij de uitstapjes onder vrienden. Elke keer weer vraag ik aan hen of ze het niet erg vinden dat hij erbij is, maar hoewel zij zeggen dat dat niet zo is, lijkt het me dat ik hem opdring in mijn vriendenkring. Ben ik dus niet veel beter dan het plakkoppel dat ik vroeger zo verachtte?

Om hier een beter zicht op te krijgen, dacht ik lang en diep terug aan voorbije vriendschappen met plakkoppels. Zelfs twee jaar later kan ik me nog levendig voor de geest halen wat een plakkoppel me flikte op 0110. Wat een geweldig leuke dag zou moeten worden, werd een natte hel waar ik doorweekt, met kapotte gsm en een ferme ruzie uitkwam. Toen bleek dat Katrien en Steven zouden gaan, vroeg ik hen (al lang op zoek naar ander volk waar ik mee kon meegaan) of het in orde was dat Christine en ik er ook zouden zijn. Natuurlijk was dat geen probleem, “we zijn immers hartsvriendinnen” was de leugen die ze me toen wijsmaakte. Toen 0110 volledig fout liep, werd het immers volledig duidelijk hoe leugenachtig zij wel niet was. 0210 was op zichzelf al een meer dan rottige dag voor mijn privé-leven, maar toen ik ook nog telefonisch te horen kreeg hoe Katrien tegen iedereen had zitten zagen hoe hard ik me opdrong (hoewel ik het vriendelijk had gevraagd en zij ‘ja’ had gezegd) en haar tijd alleen met Steven afpakte (die ze met gemak meerdere keren per week zag), drong pas tot me door met wat voor relatie ik te maken had. Veertien jaar vriendschap werd met gemak opzij geschoven voor ‘de man van haar leven’ (die ik aan haar voorgesteld en gekoppeld had) en hoewel ook hun relatie eindig is, wordt alles overboord gegooid voor hun allesoverheersende ‘liefde’.

Met dit als voorbeeld in het achterhoofd, is het dus niet logisch dat ik een doodse angst ervoer toen ik besefte dat ik misschien ook zo erg begon te worden. Ik zou vrienden ergeren en wegjagen met mijn constante gezaag over hem, zijn ongevraagde aanwezigheid tijdens vriendenuitjes en een niet aflatend gelebber voor hun ogen. Een paar conversaties met vrienden later, bleek echter dat ik het fout zag. Door de onredelijke regels van mijn ouders, ben ik immers beperkt tot één date per week (waar ik mooi mijn voeten aan veeg) en kan ik haast niet anders dan mijn tijd verdelen over school, vrienden en vriend door hen te combineren. Zijn aanwezigheid is ook vaak geen stoorfactor, maar eerder een bijdragen tot een geweldige dag. Bij veel andere kleefkoppels is dit niet zo. Soms zitten ze dagelijks bij elkaar en nog is ‘het gemis’ zo groot dat ze elkaar overal naartoe trekken en de hoogstnodige hartuitstorting van een beste vriendin niet langer onder vier vrouwenogen kan gebeuren.

Met argusogen zal ik dus ook in het oog houden dat ik niet zo word. Elke keer opnieuw zal ik vragen of hij erbij mag zijn en als dat niet zo is, heeft hij World of Warcraft nog altijd om hem gezelschap te houden.





Vervelende verlanglijstjes

29 10 2008

Gelukkige verjaardag Jolien! Die woorden zijn nog niet koud of er haalt al iemand een cadeau en bijpassende grijns tevoorschijn. Niets zo leuk als cadeaus krijgen, maar hoe reageer je daar in hemelsnaam ‘naar verwachting op’? Je ziet in de blik van de gever immers de dwingende vraag te doen alsof je net datgene kreeg waar je al jarenlang naar verlangde. Maar wat verlangen wij nog tegenwoordig? Na een jeugd vol lijstjes schrijven ben ik immers alle creativiteit kwijt. Batman-Barbie is al jarenlang geen optie meer en alle speelgoedbrochures smijt ik achteloos naast mij neer. Wat ik dan weer echt nodig heb, is natuurlijk véél te duur om te vragen voor één gelegenheid en dus raken mijn lijstjes nog amper gevuld.

Hoewel de postbode dagelijks handenvol inspiratie in mijn brievenbus duwt, blijven de verlanglijstjes leeg. Vroeger kon geen brochure de woonkamer betreden of er werd over gevochten, uit elkaar getrokken en voorzichtig gereconstrueerd als onderdeel van mijn Sinterklaasbrief. Maar met een metekindje van nog geen jaar en de kindertijd al lang achter de rug, heb ik totaal geen nood meer aan dat soort speelgoed. Als je de marketingwereld geloofd is the sky the limit en dus zou ik kunnen vragen wat ik maar wil. Helaas droom ik al lang niet meer van een elektronische vlieg met afstandsbediening, ingebouwd fototoestel en als je goed zoekt waarschijnlijk ook nog een GPS. Als je de brochurestroom geloofd is het dan wel bijna december, maar ik ben er nog zeker van dat ik een dikke maand de tijd heb om eens diep na te denken wat ik dit jaar nu weer wil krijgen. Aangezien ik tegenwoordig liever de bodem van mijn brievenbus zou zien, in plaats van het nieuwste speelgoed, kan kinderlijk sentiment al van de lijst geschrapt worden. Dure technologie dan maar?

Niet enkel is dure technologie duur, het beperkt ook het aantal te geven cadeautjes. Na een paar maanden goed sparen legt je vriendenkring immers zoveel mogelijk geld samen om je één duur hebbeding te kopen. Twee zijn véél te duur om te geven en wie een volledige lijst vol dure dingen heeft is duidelijk in het verkeerde land geboren. (Al verkies ik toch wel een goed werkend verstand boven een dure Mercedes van de pappie voor mijn 16e verjaardag) Het krijgen van een duur hebbeding is dus al meer uitzondering dan regel en spaart de jarige een grote aankoop uit, maar toch is het altijd véél leuker papiertje na papiertje te moeten openscheuren met telkens weer dezelfde blik van oneindige vreugde. Veel kleine cadeautjes dan maar? Het grote probleem daarvan is dat alleen al de grootte een moeilijke blik oplevert. Moet je immers enorm verwachtingsvol kijken naar het cadeau, wetend dat er een grote kans is dat er een kaarsje van 1€ in zit of ga je het tijdelijk negeren tot alle grotere cadeaus al lang uitgepakt zijn en het cadeautje haast minderwaardig lijkt?

Ik geef eerlijk toe, ik ben een hel in cadeautjes. Het geven ervan is één van de leukste vrijetijdsbestedingen in mijn ogen en het zoeken ervan neemt dan ook veel spannende uren in beslag. Niets is immers zo geweldig als het vinden van het perfecte cadeau voor een geliefd iemand na véél subtiele luistersessies. In fel contrast tegen het genot van geven, staat het gekwel van krijgen. De gevers geven dan wel een blijk van respect, vriendschap, liefde en ik zou hen niet dankbaarder kunnen zijn, maar als ik maar eens de juiste blik vond…Liefst kroop ik elke keer weer onder een tafel tijdens het uitpakken om er met gepaste glimlach weer onderuit te kunnen komen. Terwijl iedereen reikhalzend meekijkt naar de inhoud, houdt de gever zijn blik vooral geworpen op je gezichtsuitdrukking. De “ooh ik hoop dat ze het leuk vindt” blik snijdt haast door de stilte en met de naderende ‘ontknoping’ is een reactie enorm dichtbij. Alhoewel ik al dankbaar zou zijn met een grassprietje, heb ik altijd het gevoel dat ik teleurstel. Hoe leg ik immers genoeg waardering, dankbaarheid en liefde voor de gever in mijn blik na een moment van verrassing?

Misschien moet ik dan maar faken? Overduidelijk overdreven beginnen kirren, schreeuwen dat dat toch wel HET beste cadeau is dat ik in jaren heb gekregen en de gever dankbaar in de armen vliegen? Het uitpakmoment zo lang mogelijk uitstellen is dan de optie die ik verkies, maar de gever voelt zich daardoor natuurlijk serieus gekrenkt. Niet enkel lijkt het alsof ik het cadeau niet wil, het lijkt ook haast alsof ik dat teken van affectie en de gever zelf volledig naast me neerleg voor iets anders. Dat is het dus ook al niet. De enige overblijvende optie is dan het verlanglijstje. Een stukje papier (liefst al maanden op voorhand bedacht en beredeneerd) met daarop alles wat ik maar wil. Gaande van cd tot pc, alles staat er gedetailleerd en al dan niet met vermelding van prijs op. Dit houdt wel het gevaar van dubbele gevers in (hoe weet je immers wie wat gaat geven met meerdere vriendenkringen die elkaar niet kennen?) en maakt het vele minder spannend. Dan maar moeilijk doen.

Wat ik echt wil als cadeautje? Eigenlijk niets. De samen doorgebrachte tijd is voor mij immers vaak al meer dan genoeg om gelukkig te zijn en ik krijg liever een héél jaar lang liefde, dan slechts één dag in cadeauvorm. Vriendschap hoeft voor mij niet ingepakt te worden in duur inpakpapier dat niet veel later toch maar wordt weggegooid. Voor wie me toch echt iets wilt geven, kan ik alvast zeggen dat ik een moeilijke ben. Het liefste krijg ik iets dat iets zegt over hoe goed je me kent of hoe goed we ons samen amuseren en onze relatie. Als daar dan ook nog eens een vrijstelling op ‘de gepaste glimlach’ bijkomt, heb ik die dag alles gekregen wat ik maar op mijn lijstje had kunnen zetten.





Supo Sprint

22 10 2008
Supo Tv in orverleg

Supo Tv in overleg

Morgen is het eindelijk zover: de SupoSprint! Nog maar even en het bloed, zweet en tranen van mijn collega’s en vrienden wordt op het internet gegooid. Of het nu in film, geluid of beeld is, we brengen Mechelen naar jou. Continu op pad met camera, microfoon en dictafoon, zijn de Hippies van de Ham druk bezig. Met een teveel aan stress en te weinig aan slaap, zie je ze haastig door de gangen lopen. Hup naar een volgende opdracht voor Supo.

Toen de KHM vorig jaar een eigen ‘netwerk’ uit de grond stampte, was het voor hen een heugelijke dag. De tweedejaars van toen hadden echter nog geen flauw idee wat hen boven het hoofd hing. Eindelijk echte praktijk, comments van onbekende, leescijfers en zelfs geleidelijke naamsbekendheid. Helaas hangt aan dit alles ook een slecht kantje vast. De praktijk slorpt alle blok- en vrije tijd op, kritiek kan je kraken, leescijfers zetten aan tot nog meer publiceren in nog minder tijd en voor five minutes of fame kan je beter naakt gaan op YouTube.

Ons eigen medium hebben we allemaal. Veel te vroeg moesten we kiezen of we nu voor of achter een camera willen staan. Of we onze stem willen lenen aan zwoele avondconversaties of dat we gewoon met een 500 gram wegende camera over straat willen lopen, met een pen in de hand en een illegale Indesign versie op onze computer.

Na veel getwijfel tussen TV en Print, hakte ik dan toch de knoop door. Print is dus wat ik nu met veel goesting doe, maar TV blijft een mogelijke toekomstwending. Er komt immers héél wat moois voort uit vrijwillig monteren voor het Praatcafé…

Niet enkel ben ik een rijzende PrintSter, al een geluk ben ik ook IAE. Door mijn geweldige gebrek aan kennis Frans, Duits, Politiek 1 en nog drie anderen, blijf ik voorlopig gespaard van Supo. Hoewel mijn vingers jeuken om te schrijven, foto’s te trekken of te monteren, moet ik toch braaf vanaf de zijlijn toezien hoe mijn vrienden stilaan doordraaien. Pilot na pilot vliegt op het internet (http://supo.khm.be), terwijl de angst toeneemt in hun ogen, net als de diepte van hun wallen daaronder. BV na BV wordt gecontacteerd, afgezegd of bevestigt en nauwkeurig in schema gebracht. Mechelen wordt continue gescand op beweging en toevallige voorbijgangers krijgen een camera, dictafoon of microfoon onder hun neus gedrukt.

Maar waarom ben ik nu zo negatief? Al drie jaar word ik opgeleid om neutraal te zijn. Bericht te geven met feiten en slechts feiten en deze niet te interpreteren maar in de juiste context te plaatsen. Met woorden moet ik spelen, emoties opwekken en niet verwerken. Toch wil ik hier een bitter smaakje geven aan het Supo-verhaal. Hoe leuk het me ook niet lijkt om eraan deel te nemen, ik zie de wanhoop groeien en krijg alle stress en frustratie over mij gespoeld. Diep vanbinnen doen we het graag, dit wordt onze toekomst. Maar de weg erheen verloopt met hindernissen en het nodige gevloek. Hierin gaan we groeien, onze weg zoeken (to go where no man has ever gone before) en goed zijn, maar nu is het even afzien. Mechelen is immers maar een klein deel van de wereld en als Hippies van de Ham zien we het zonder twijfel véél groter.

Tegen het einde van deze week is het misschien al zover? Met de Kick-off Party (op donderdag 23 oktober) voor de boeg, nadert de deadline en maken de Onliners zich klaar om www.supo.be aan de man te brengen. Vol spanning is het wachten tot de profs het teken geven en het echte werk kan beginnen. Zonder twijfel gaat iedereen elke dag weer nieuws opzoeken, de statistieken angstvallig in de gaten houden en hopen dat er onderwerpen komen binnenstromen. Mechelen laat van zich horen en hoopt van jullie hetzelfde!