For old times sake

24 02 2009

for-old-times-sake

“Hey, lang geleden! We zouden nog eens moeten afspreken!” , een zin die ik tegenwoordig maar al te vaak hoor. Het is overduidelijk weer de tijd van het jaar om oude vriendschappen nieuw leven in te blazen. Onaangename stiltes ten spijt, wordt een zoveelste reünie op poten gezet en for old times sake blijft de ex-klasgenoot die avond net iets langer voor de spiegel staan. Het is immers meer dan belangrijk om er geslaagd, gelukkig en vooral buitengewoon goed uit te zien na een lang afscheid. Maar van waar die plotse nood elkaar weer terug te zien? Het verleden wilt immers maar al te graag rusten en sommige oude wonden kunnen maar beter niet opengereten worden. Toch zijn het niet enkel de mensen met een leeg sociaal leven of een plots teveel aan tijd, maar zelfs de populairste van de klas die een absoluut weerzien eisen. Elk van hen met een eigen reden, maar hoe gezond is het om het verleden nieuw leven in te blazen?

Levend op een tijdlijn van verleden naar toekomst, zet ieder van ons elke dag weer een stap verder richting kist. Doodgaan is immers een onoverkomelijke fase waar we allemaal doorheen moeten en tijdens die ene minuut waarin ons leven ons voor de ogen flitst, worden herinneringen opgehaald die vaak al lang vergeten leken. Het leven is immers een aaneenschakeling van herinneringen en gebeurtenissen en de mens kijkt maar al te graag sentimenteel terug naar de stappen die hij al gezet heeft. En hoewel het verleden ons gevormd heeft tot wie we zijn vandaag, voel ik niet de nood dit ook actief te laten meespelen in mijn leven nu. Het is immers onmogelijk een identieke voetstap te plaatsen bovenop een vorige, maar bovenal vind ik het zinloos te lang in het verleden te blijven hangen. Terugdenkend aan een tijd waarin alles ‘zoveel beter’ was, vervalt de mens steeds meer in het verlangen naar toen en omringt door slechts herinneringen vergeet hij dat het leven verder gaat. Maar waren de dingen vroeger echt wel ‘zoveel beter’ of is dit slechts een illusie die ons de nacht doorhelpt?

Vandaag nog kwam ik een spook uit mijn verleden tegen. Als een iets te fantasierijk, energiek en creatief kind, viel ik al snel uit de boot in de lagere school. Het duurde dan ook niet lang eer mijn klasgenoten van toen een dom excuus verzonnen om me te mogen pesten. Jaar na jaar onderging ik het leed en verbeet ik alle mogelijk tegenstand. Pesters hebben immers een veel groter probleem dan degene die gepest wordt. Toch liet dit alles me niet koud en toen het middelbaar eraan kwam, ontdekte ik dat afscherming de beste bescherming is. Mijn mening hield ik jarenlang wijselijk voor mij, mijn privéleven speelde zich maar zelden af op schoolbanken en opvallen liet ik over aan de lievelingetjes. Dat ik me hiermee niet profileerde als ‘populairste van de klas’, laat me vandaag nog kouder dan toen. Het was dan ook meer dan een bevrijding af te studeren en eindelijk ten alle tijden mezelf te kunnen zijn. Niet langer verbonden aan een plek waar ieder moest zijn zoals het hoorde, met een spannend liefdesleven om over te roddelen en de nodige allures, werd het tijd om uit te vinden wie ik was. Hoe arrogant ik nu ook mag klinken in de oren van ieder die mijn klas ooit deelde, nooit nog zou ik teruggaan naar de tijd van het middelbaar. Het was dan ook met de nodige twijfel dat ik vorig jaar een stap terugzette in de tijd.

Reünie na reünie werd op poten gezet, massa’s inkt werden verspild en nog vertikte ik het om het ‘één grote familie’-gevoel van mijn lagere klasgenoten te voeden. Toen echter ook mijn middelbare klasgenoten het voelde kriebelen en een goede vriendin van toen reeds had ingestemd te gaan, kon ik niet anders dan meedoen. Twee jaar nieuwsgierigheid werd gevoed, roddels werden verfrist en na een avond ‘bijpraten’ vertrok ik met een gerust gemoed naar huis. Nu iedereen wist hoe goed de ander het wel niet stelde, mochten de maskers weer in de kast en waren we er weer een paar jaar vanaf. Althans dat hoopte ik…Nog geen jaar sinds de laatste bijeenkomst, stak er alweer een nieuwe uitnodiging in mijn mailbox. Minder dan een week tijd kregen we om alles te laten vallen for old times sake. Jammer genoeg voor mijn klasgenoten van toen, zag ik dat allesbehalve zitten en ging ik dus gewoon voort met mijn week zoals ik ze zelf al gepland had. Maar met sentiment valt niet te sollen.

Persoon na persoon zei af en toen ik blijk gaf van een huidige sociaal leven, kreeg ik hierover de nodige commentaar. En hoewel ik perfect snap dat het niet al te leuk is als enige aanwezig te zijn op een grootse reünie, die je zelf hebt georganiseerd, maak ik mezelf graag wijs baas te zijn over mijn eigen leven. Met deze uitspraak zal ik wel tegen de nodige schenen schoppen, maar toch mocht dit voorval niet in mijn column ontbreken. Een beter voorbeeld om aan te tonen dat het verleden moet rusten, vond ik niet. Want als het verleden dan werkelijk ‘zoveel beter was’, zie ik geen enkele reden om deze illusie te confronteren met de werkelijkheid. Het is immers niet meer dan logisch dat sommige mensen verdergaan en groeien, terwijl anderen nooit zullen veranderen. Laat het verleden een goede herinnering zijn en sta niet stil, want wie te lang op één plek wilt blijven kan enkel vastroesten of vergaan.





Commerciële verliefdheid

10 02 2009

Liefde op het strand van Westende

Valentijn is nog maar eens op komst. Meer dan deze simpele zin heb ik niet nodig om de toon voor deze column te zetten. Diegenen die nu nog in paniek rechtveren en op zoek gaan naar het ideale geschenk voor hun geliefden, zijn enkelingen die duidelijk al een tijdje geen leven meer hebben geleid. Want terwijl winkeletalages steeds roder kleuren, de kranten en magazines overspoeld worden door hartjes en iedereen wel iets organiseert om ‘deze speciale dag’ te vieren, kent de liefde voor geldverspilling hoogdagen. Het is immers op 14 februari dat we de kans krijgen om onze geliefde te tonen hoeveel we van hem/haar houden en is er gelegenheid zat voor een ‘romantische’ bekentenis aan je geheime vlam. Maar is er enkel op 14 februari plaats voor liefde in dit land?

De vrijgezellen onder ons houden koppig vol Valentijn niet te zullen vieren als protest tegen commerciële uitbuiting. Vanwaar komt immers de nood om net dan met de meest clichématige cadeautjes af te komen of zelfs in het huwelijksbootje te stappen? Volledig tegen de kuddementaliteit, deel ik de mening van ieder ander met gezond verstand. Valentijn is slechts een omhulsel voor emotionele uitbuiting door de commerciële wereld. Toch moet ik met de nodige schaamte toegeven, dat ik er wel aan deel ga nemen dit jaar. Stijn en ik zijn immers slechts 3 dagen later al 6 maanden samen en het uitwisselen van cadeautjes uitstellen om toch maar niet toe te geven aan de gekte, gaat me net iets te ver. Zijn cadeau ligt immers al enkele weken te wachten op ‘die speciale dag’ en ons weekendje zee is reeds gepland. Maar niet volledig gebrainwashed door de geldverspillende maatschappij, blijf ik mij vragen stellen bij deze commerciële verliefdheid. Het is immers meer dan oppervlakkig slechts één dag per jaar te besteden aan liefde en het uiten daarvan. Echte liefde is immers een werkwoord en geen bevlieging voor één enkele dag.

En toch ontstaan er steeds meer themadagen. Dagen gebonden aan slechts één onderwerp of emotie of zelfs een feestelijke aangelegenheid. Zo viert de gemiddelde Belg maar liefst 17 feestdagen op 365 dagen tijd. En hoewel niet elke dag daarvan vasthangt aan een groot sociaal evenement en het uitdelen van cadeautjes, verwondert het me niet dat steeds meer mensen deze dagen beginnen hekelen. Het is immers dan dat het sociaal verplicht is je met zoveel mogelijk geliefden te omringen, onnodig veel familiefoto’s te trekken, om ze daarna direct op Facebook te zetten, walgelijk veel geld uit te geven en je zo fake mogelijk te amuseren. Niet verwonderlijk dus dat de eenzame onder ons meer hinder dan vreugde ondervinden tijdens feestperiodes. En hoewel het merendeel aan feestdagen tijdens de kerstvakantie bedoelt waren om een winterdip te voorkomen, zijn zij tegenwoordig vaak de oorzaak van een groeiende zelfmoordrage tijdens koude dagen.

Maar niet enkel bij eenzamen wringt het schoentje. Ook mijn oudere familieleden hoor ik steeds vaker zuchten als er nog maar eens zo’n dag aankomt. Voor hen is het immers ondenkbaar om dan niets te geven aan de kinderen, kleinkinderen, nichtjes of neefjes en als je al 50 keer Kerstmis hebt gevierd met datzelfde menu en diezelfde cd vol kerstmuziek, verliest dit natuurlijk zijn charmes. Niet enkel routine, maar ook de opgedrongen commerciële kant van deze dagen eist zijn tol. Zeker ten tijden van economische crisis. Het verbaasd mij dan ook niets dat steeds meer mensen zich afkeren van niet officiële feestdagen.

In een ver verleden moet Valentijn een magische dag geweest zijn. De oprichter was immers meer dan romantisch om één dag uit te roepen tot de dag der liefde. Een dag waarop iedereen hand in hand rondloopt door het land en liefde van de daken schreeuwt. Maar nu al die liefde de winkelstraten steeds meer overspoelt en steeds meer geld gaat kosten, is het zijn essentie kwijt. Traditiegetrouw zal ook ik dit jaar nog Valentijn vieren, maar de dag waarop zal zeker niet 14 februari zijn.





Babybrabbels

3 02 2009
babybrabbels1
Toen ik klein was wist ik het zeker: ik zou journaliste worden! Of archeologe, psychologe, wie weet zelfs secretaresse, gids of toneelspeelster..De keuzes waren eindeloos. De jaren die ik doorbracht met het maken van een ‘beroep van mijn dromen’-lijstje waren goed gevuld, duurde waarschijnlijk véél te lang en jaren later ben ik er nog niet helemaal uit. Journalistiek was immers pas nummer twee op die lijst en toch is dat wat ik nu het liefste doe. Is opgroeien dan echt het loslaten van dromen of eerder een evolutie richting realistisch denken?

Als kind weet iedereen maar al te goed waar hij/zij later bekend mee wilt worden. Hetzelfde beroep als mama en papa zijn klassiekers, maar ook de nieuwe en avontuurlijke banen zitten in de lift. Van brandweerman tot diepzeeduikster, ieder heeft wel een droomberoep voor ogen. Maar zijn ook de meeste kinderdromen bedrog? De mijne was dat helaas wel. Hopeloos geïnteresseerd in dino’s en geschiedenis, bleef ik hopen ooit een fossiel in mijn eigen zandbak op te graven of op zijn minst een onontdekte piramide te kunnen opspeuren na de nodige opleiding. Helaas maakte mijn gebrek aan passie voor wiskunde, fysica en chemie al na het eerste jaar middelbaar komaf met mijn grote droom. Er rest mij nu dus enkel urenlang staren naar reeds ontdekte dino-skeletten in musea. Maar toen kwam journalistiek ter spraken. Het was immers National Geographic die me zowel via tv als print lieten dromen van grote archeologische ontdekkingen. Piramides werden voor mijn ogen opgebouwd en dino’s huppelden springlevend rond op het televisiescherm. En dat wou ik ook kunnen. Met woord en beeld opwekken wat slechts in dromen kan, werd een nieuwe passie van mij en is al enkele jaren lang droomberoep nummer 1, maar ligt deze droomjob wel binnen handbereik?

Vroeger werd immers geloofd dat het eerste woord van een baby zijn/ haar hele toekomst zou uitwijzen. Waar men toen echter niet aan dacht was de dubbelzinnigheid van bepaalde woorden. Zo was mijn eerste woord ‘kindje’. Niet direct een eerste woord om trots op te zijn, maar zeker niet at random gekozen. Maar wat houdt dit nu precies in? Zal ik eigenares worden van een kroostrijk gezin of eerder een job gaan uitoefen met kinderen? Misschien maakt dit mij wel een toekomstige kindermoordenares of ben ik voorbestemd een bekende babysitter te worden? Honderden mogelijkheden veroorzaakt door slechts één woord. Toegegeven, het moment dat een kind van onnuttig gebrabbel overstapt tot een zinnig woord (om daarna weer enkel onzin uit te kramen) blijft ook mij verbazen. De evolutie van gebrabbel tot gezever is zeker één om over na te denken, maar heeft het wel zin reeds na te denken vanaf het eerste woord? Wijsheid komt immers pas met de jaren en hoeveel toekomst kan er verscholen gaan achter één enkel woord?

Altijd klaar met een niet voor de hand liggend antwoord, heb ik een mogelijke verklaring gevonden voor het belang van ‘het eerste woord’. Hoewel we ons als baby nog verre van bezighouden met welk woord we best kunnen kiezen, blijft dit toch door veel volwassen hoofden spoken. Er ligt immers een zeker belang bij woordkeuze en na al die jaren zet dit woord ons weer tot nadenken. Hopeloos op zoek naar een mogelijke verklaring gaan we onze hele geschiedenis af, zoekend naar een link met dat eerste woord. Ook een mogelijke toekomst wordt uitgepluisd en voor sommigen vormt een eerste woord zelfs de basis van een heel ander leven. Wie immers altijd bezig is met pen en papier en op weg is naar een stresserend en kinderloos bestaan, is immers niet goed bezig met de vervulling van zijn eerste woord. Moet ik dan maar alles wat ik vroeger wou overboord gooien voor iets dat misschien wel eens mijn toekomst kan zijn? Natuurlijk niet! Laat de toekomst maar toekomst worden. Elke stap die we zetten, elke letter die we schrijven, foto die we trekken of gewoon al beweging die we maken veranderen wat we waren naar wat we worden. Ik zal de toekomst dus zijn gang laten gaan en mijn kinderdroom verkiezen boven een volkse wijsheid.