IAEenzaamheid

16 12 2008

Voor ieder ander lijkt het de perfecte manier om aan een diploma te komen: IAE zijn. Met een Individueel Aangepast Educatieplan kan je immers grotendeels zelf kiezen wanneer je in welke klas welke les volgt en met héél veel geluk kan je jezelf vrije dagen en een beter examenrooster geven. Dit wordt echter zwaar overschat. Niet enkel moet je alle vakken waarop je niet slaagde tijdens de zomer nog eens doen (wat de vakken enkel nog maar saaier en irritanter maken), ook zit je met de constante druk om deze keer wel te slagen. De prof die 50 keer ‘Euh’ op een kwartier tijd zegt, is gedurende de eerste zittijd een leuk tijdverdrijf. Maar vanaf de tweede keer dat hij je buist, wordt de drang om de fiets van tante Mariette diep in zijn reet te rammen gevaarlijk groot. Ook op het thuisfront is IAE allesbehalve ideaal. Hoe meer tijd je vrij hebt, hoe meer tijd je thuis zit en hoe meer druk er dus op je schouders gelegd kan worden. Velen moeten hun studies immers zelf betalen indien ze moeten trissen. Voor mij is het niet zoveel anders. Grofweg gesteld durf ik zelf beweren dat mijn aanhoudende slokdarmontsteking grotendeels aan ouderlijke examenstress te wijten valt. Maar wat me nog meer stoort dan in herhaling vallende leerkrachten en ziekmakende examenstress is de IAEenzaamheid.


De IAE-er is immers diegene die wel naar de les komt, maar in zoveel verschillende klassen zit dat zijn/haar afwezigheid amper opgemerkt wordt. Bij het afroepen van de aanwezighedenlijst zoeken de vaste klasgenoten nieuwsgierig mee naar de vreemde eend in de bijt. Daarom nog niet de meest opvallende, domste, lelijkste of ‘om uitsluitingvragende’ persoon, gewoon diegene die zijn draai in de klas nog moet vinden. Maar hoe moet je je draai vinden in een klas die je amper ziet? Jarenlang slaagde ik erin weg te smelten in de massa. Haast als deel van het decor paste ik me aan aan mijn klas en zorgde ik er zo voor dat ze me niet zouden lastigvallen, pesten of uitsluiten. Dat ik hierdoor nooit Miss Popular was, kan me zelfs nu nog steeds niets schelen. Niet opvallen was immers het enige dat ik wou. Maar toen was het nog simpel. Met een redelijke eenzijdigheid aan karakters, streefdoelen en gespreksonderwerpen, was het makkelijk voor mij om me er deels in te mengen en deels uit te houden. De karaktereigenschappen die het meeste voorkwamen, lichtte ik het meeste op en mijn plan om niet op te vallen lukte wonderwel. Zo goed zelfs dat haast geen middelbare leerkracht me nog herkend als ze me nu toevallig tegenkomt.
Maar op de hogeschool is alles anders. Het is niet meer de massa, je vriendenkring en status die telt, maar het draait alleen maar om jou. Wie je bent, wat je doet en waar je naartoe wilt met je leven. Voor ieder onder ons zijn dit simpele vragen, maar mijn haast schizofrene manier van aanpassen had me verdwaasd achtergelaten en ik moest de zoektocht naar mezelf nog beginnen. Met een goed beeld van wie en wat voor ogen, kon ik verder gaan. Vrienden maken, een carrière uitdenken en beter worden. Dat de laatste twee nog redelijk te doen zijn, hoef ik er haast niet bij te vertellen. Maar dat ik het nog zo moeilijk zou hebben met mijn eerste doel, had zelf ik niet verwacht. Het is immers allesbehalve gemakkelijk om bevriend te zijn met iedereen en als IAE is het enorm moeilijk je volledig te binden aan één klas. Dus bond ik me aan tussenpersonen. Mensen waar ik iets aan heb, die met me meegaan van klas naar klas en die ondertussen zielsveel voor me betekenen. Meer bij hen dan bij andere klasgenoten, is het niet moeilijk om van IAE naar buitenstaander te gaan.


Vorige week op het bal drong dit ijzingwekkend hard tot me door. Een hele zaal vol bekenden, maar slechts een handvol waartegen iets te zeggen viel. De paar mensen waar ik een zinvolle avond mee kon doorbrengen, kregen de volle aandacht, maar voor ik het wist werd ik een plakkoppel. Mijn eerste bal met date stond wel grotendeels in teken van ‘een geweldige tijd met hem’, maar hoeveel zaliger zou het niet zijn geweest, deel uit te maken van de groep? Me niets aan te trekken van bekend of onbekend en gewoon mee zot doen op de foto’s. Op eender welke gelegenheid zou me dit gelukt zijn. Ik had me gemengd, mensen beter leren kennen en me bangelijk amuseren met die hele zaal. Maar ik kon het niet. Bij elke nieuw contact, drong tot me door hoe oppervlakkig ik sommige mensen wel niet ken. Een gedeeld gespreksonderwerp in de Ham is immers iets volledig anders dan een geroepen conversatie in baljurk.


Nog maar een paar weken en dat probleem is opgelost. Na de kerstexamens beginnen de derdejaars namelijk aan hun stages en eindwerken en veel zal ik hen dus niet zien. Maar is dat nu wat ik wil? Niet enkel moet ik lijdzaam toezien hoe degenen waarmee ik drie jaar geleden begon al stages gaan doen en afstuderen, ook moet ik beseffen dat zonder hen niet veel me nog aan de Ham bindt. Het zijn immers de zeldzame zotte momenten op de gang die het hamleven zo geweldig maken. Iedereen kent iedereen en onderwerpen zijn er meer dan genoeg, maar zodra het erop aankomt heeft ieder wel zijn vaste groep. Zijn klas. En hoewel de IAE-er meerder klassen heeft en dus véél meer volk kent dan iemand met klasgrenzen, het gebrek aan diepgang kan gaan knagen. Het is immers veel beter tien mensen door en door te kennen, dan een hele school slechts bij naam te kennen.


Maar wat is nu mijn eindconclusie of wat hoop ik te veranderen? Week na week geef ik meer van mezelf te kennen, wil ik iets in de aandacht zetten of hoop ik gewoon leuk genoeg te zijn om gelezen te worden, maar wat wil ik deze week bereiken? Een slogan als ‘Geef liefde aan de IAE-er, hij heeft het al zwaar genoeg’, kan je van mij al zeker niet verwachten. Zelf ik ben niet weekhartig genoeg om te geloven dat enkel sociale gevallen bepaalde vakken moeten dubbelen. Misschien is dit gewoon mijn afscheid. Kort aantonen dat ik het soms zwaar rot vind niet mee te gaan waar anderen wel heen kunnen, maar ook gewoon dat ik hen zal missen. Hoewel ik niet aan één klas gebonden ben, voel ik me toch verbonden met hen waarmee ik deze laatste drie jaar deelden. En hoewel ik nog op de schoolbanken zit terwijl zij zich al in de woelige wateren der journalistiek begeven, zal ik stiekem blijven hopen hen nog veel tegen te komen in de gezellige gangen van de Ham…





Galagedoe

10 12 2008

galagedoe

Donderdagavond is het alweer zover: het galabal van de KHM. Zonder enig idee wat aan te doen, waar te slapen of welke dranklimiet ik mezelf best opleg om geen gezichtsverlies te lijden, begin ik me steeds meer vragen te stellen over het hele gala-gedoe. Het is immers de bedoeling er om ter best uit te zien, de leukste date te hebben, genoeg mensen te kennen en de beste avond ooit te hebben. Althans, dat was zo in het middelbaar. Afgekeken uit Amerikaanse feel-good-tienerfilms, hecht de jeugd van tegenwoordig steeds meer belang aan de juist jurk, date en gezichtsuitdrukking op hun eindejaarsbal. Gedurende héél mijn laatste jaar op het middelbaar, maakte ik me dus over weinig anders zorgen dan welke jurk ik zou gaan aandoen op die wonderbaarlijke avond.

Nu, meer dan twee jaar na mijn laatste bal, maak ik me meer zorgen over mijn ingesteldheid van toen, dan over het glamourgehalte dat mijn jurk moet hebben. Toegegeven, deze week werd gevuld met spiegelmomenten en zoektochten door mijn kleerkast, maar dat de overbodige kilo’s er nog lange niet af zijn, kan me tegenwoordig niets meer schelen. Of het nu ligt aan een verandering van vriendenkring of het feit dat ik tijd, noch geld heb om aan gepieker hierover te besteden, geen galabal zal ooit nog zo’n big deal zijn als dat van het middelbaar.

Urenlang voor de zaal nog maar versierd was, stond ik drie jaar geleden (de dag dat ik afstudeerde) al voor de spiegel te poseren. Met een krultang in de hand en de jurk van mijn dromen reeds op de juiste manier gedrapeerd, had ik al honderden glimlachen geoefend voor die avond. Dat het bal meer gaat om het plezier van afstuderen, dan om een goede indruk, had ik toen nog lang niet door. En toen de krullen maar niet wouden komen, de jurk toch niet het effect gaf dat ik me had ingebeeld en ik nog altijd geen date had, sloegen de stoppen stilaan door. Met een teveel aan stress en hevig overreagerend, deed ik het enige dat een tienermeisje op zo’n moment kan doen: gefrustreerd naar haar beste vriendin rijden om daar deskundig bijgewerkt te worden. Dat de date waarover de beste vriendin wel beschikte hierdoor langer op de gang moest wachten dan gepland, moest hij er maar bij nemen. Maar schitteren zou ik.

Hoewel mijn haar toch nog goed lag, de jurk best meeviel en ik kon binnengaan met een goede vriendin als date, het bal zelf was toch niet zo wonderbaarlijk als voorgesteld. Plezier en leuke momenten waren er meer dan genoeg, maar met honderden piekeringen en domme dingen aan mijn hoofd, maakte bewust genieten geen deel uit van de avond. Dat dit ronduit zonde was voor mijn allerlaatste bal op die school, besefte ik enkele maanden later. En zonder enige twijfel, laat staan domme stress, deed ik mijn eindejaarsbal het jaar erna gewoon nog eens over. Met dezelfde vrienden, in dezelfde jurk en hetzelfde gebrek aan date.

Maar waarom nu al die stress? En waarom is een date zo levensnoodzakelijk voor een bal? Wat in het middelbaar als reden om niet te gaan werd gegeven, geldt nu nog steeds. Geen date, geen bal. En hoewel mijn date dit jaar één van de hoofdredenen is waarom ik zeker ga, blijf ik me vragen stellen bij het nut. Dat je graag pronkt met degene die je graag ziet en een galabal een geweldige uitstap is als koppel, trek ik niet in twijfel. Maar zodra je geliefde verandert in een handig decoratiestuk dat je aanzien kan verbeteren, wordt het me iets te zielig. Niets geeft immers meer van je karakter en kwaliteiten prijs, dan iemand die alleen naar een bal durft gaan en zich geweldig amuseert onder vrienden. Of het nu gebrek is aan een date of puur dient als statement, steeds meer mensen gaan alleen naar het bal en zijn hier trots op. Ik dans wel met mezelf, is tegenwoordig steeds meer een ingesteldheid dan een liedje en de botte oppervlakkigheid van Amerikaanse tienermeisjes is mijn generatie al lang weer kwijt. En of er nu drie mensen met dezelfde jurk mijn pad kruisen of niet, het bal dit jaar wordt zonder meer eentje om niet te vergeten.





Het blote benensyndroom

2 12 2008

het-blote-benen-syndroom

Hoewel de financiële crisis nog verre van opgelost is en ook global warming een blijvende bedreiging voor onze aarde vormt, kampt onze maatschappij met een nieuw, snel groeiend en schrijnend probleem: het blote benensyndroom. Nu de klok op winteruur staat en de dagen steeds langer worden, beginnen de rokjes en kleedjes op het straatbeeld steeds opvallender te krimpen. Als een waar statement tegen de toenemende kou, trekt de modebewuste vrouw steeds vaker aan het kortste eind. Terwijl de meeste mannen zich bij de minste windvlaag verder verdiepen in dikke sjaals en stoere mutsen, geeft hun vrouwelijke wederhelft steeds meer van zichzelf bloot. De stevige verkoudheid die hen vaak te wachten ligt, leggen zij rustig naast zich neer terwijl steeds meer mannenhoofden hun outfit goedkeurend op de voet volgen. Dat wij het mooiere geslacht zijn, wordt al bevestigd door onze dappere kledingskeuze, maar zijn wij ook het slimmere?

Mannen worden steeds schaarser. Niet enkel het aantal echte mannen bindt stevig in, maar ook de moderne man en de man op straat moeten steeds meer aan terrein inleveren. De sterke jager van vroeger is stilaan meer en meer een bedreigde diersoort op zich te worden. Of het nu komt door geboorteregeling of een te veel aan vrouwelijke hormonen in het kraantjeswater (die het geslacht van foetussen bepalen), het aantal mannen op deze planeet begint stilaan af te nemen. En hoewel de vrouwen onder ons de titel van ‘sterkere geslacht’ steeds dichter bij zien komen, laat dit beginnende tekort aan testosteron ons niet koud. Erger nog, we gaan er gewillig kou voor lijden. Een teveel aan vrouwen en tekort aan mannen mag dan wel de droom zijn van elke man (welke man zou drie vrouwen tegelijkertijd weigeren?), zolang alleenrecht afdwingbaar is is bikkelharde concurrentie van kracht. Het etaleren van blote benen is dus vele meer dan tentoonstellen wat je in huis hebt, het is ook een teken van moed. Maar ligt er niet enorm wat oppervlakkigheid verstopt in dit modebewuste gebaar?

Dat het niet de lengte is die er toe doet, maar vooral wat je ermee doet, probeert onze medeman ons al langer dan vandaag wijs te maken. En hoewel hier vooral mee gelachen wordt, beginnen ook steeds meer vrouwen deze stelling te geloven. Hoe korter het rokje, hoe langer de benen en hoe meer aandacht je krijgt. Maar gezien deze zowel mannelijk als vrouwelijk en dus niet altijd even positief is, is het maar zeer de vraag of deze nieuwe paringstechniek ook echt wel werkt. Ik persoonlijk heb hier zwaar mijn twijfels over. Toegegeven, nu ik zelf in een gelukkige relatie zit, heb ook in mij aan een kort rokje vergrepen. Vergezeld door een paar hoge hakken en een zwarte legging, zette ik mijn beste beentje voor en trok ik dapper naar de les. Klaar voor commentaar. Maar het spervuur aan blikken en vragen dat ik me voor ogen hield tijdens het kiezen van het rokje bleef uit. Geen verhitte discussies over lengte of beenkleur, laat staan walgende blikken van mijn medestudenten. Het bleef ijzingwekkend stil en beenbevriezend koud.

Van verluchtingsmethode tot verleidingstruc, het korte rokje heeft een lange weg afgelegd. De onpeilbare dieptes van de kleerkast vormen niet langer een terugkerende winterverblijfplaats voor het minirokje, maar wordt eerder gereserveerd voor lange, zwierige zomerrokken. Terwijl de seizoenen steeds verder in elkaar verschuiven en ook de outfits als dusdanig gecombineerd worden, valt op dat het korte rokje niet langer gereserveerd is voor diegenen die van blote benen hun beroep maakten. Toch is het niet onnodig te zeggen dat de echte winter steeds dichterbij komt en het zou zonde zijn als een verkoudheid ons de titel van ‘sterkere geslacht’ zou kosten…