Zondagochtend. Hoewel mijn vader net de dag ervoor 55 was geworden, liep hij al ’s ochtends vroeg alle deuren die ons huis rijk is plat. “De verwarming werkt niet meer.” Een zin erger dan deze kan ik me haast niet meer bedenken. Hoewel het slechts eind november is en mijn verkoudheid nog maar in zijn beginfase zat, voelde ik dat het weer zo één van die dagen was… Een blik in mijn pas opgeruimde kleerkast, leverde mij de meeste onsamenhorende, maar warmste kledingsstukken op en mijn dag als fasionvictim kon beginnen. Wat een geluk dat ik niet de enige in dit huis was die zich belachelijk warm had gekleed die ochtend.. Een paar uur bibberen en beven later werden we dan toch uit ons lijden verlost. Ons huis had te maken met een “typische ziekte voor dat type verwarmingsinstallatie”. Een snelle reparateur gaf het beestje een naam, maar zolang het hier niet over een slepende ziekte gaat, maakt me die niet al te veel uit.
Nu de 20 steeds dichter bij komt verandert alles. Niet enkel ben je weer een stap dichter bij je dood en de toelating om te mogen drinken in the states, ook je relaties veranderen. Waar je elkaar vroeger slechts 2 minuten moest kennen om samen een legokasteel te bouwen en beste vrienden te zijn, steek je tegenwoordig al je moeite in het behouden van de bruidsmeisjesstatus. Samenleven met je ouders wordt elke dag een heus gevecht omdat je steeds meer je eigen ding wilt kunnen doen en diepe gesprekken zijn niet langer de ‘Sinterklaas’-gesprekken van vroeger. Ook je zicht op liefde en relaties maakt een duidelijk opmerkbare ommekeer. De gewone flirt van vroeger scoorde al bij het hebben van een leuke lach, terwijl de vriendjes van nu steeds meer worden gescand op goede papa kwaliteiten. Maar waar je het meest aan kan merken dat je ouder wordt, is je reactie op het ‘buitengewone’. Extreme situaties waren altijd al mijn ding. Als klein meisje was ik namelijk geboeid door ‘natuurfenomenen’. Die ene keer dat mijn straat onderliep moest en zou ik me daar absoluut in laten achterovervallen om zo nat mogelijk te worden binnengehaald. Ook stormen, onweer of felle rukwinden vormden altijd een evenement op zich. Maar met sneeuw had ik altijd al een speciale relatie. Totdat het zondag werd.
Sneeuw heeft me altijd al enorm geraakt. Niet omdat ik er meestal vanaf het eerste vlokje in stond (en dit liefst op blote voeten en zonder handschoenen), maar vooral omdat dit de start van de winter aankondigde en alles wat daar goed aan was. Het Sinterklaasseizoen is echter nog niet goed en wel ingezet of de eerste verwijzingen naar Kerstmis worden al over ons land gestrooid. Want wie denkt er nu niet spontaan aan Kerstmis, glühwein, kerstbomen en huiselijke warmte bij het zien van sneeuw? Helaas was er weinig warmte te bespeuren bij het vallen van deze sneeuw. Mijn kinderlijke glimlach en hoop op een sneeuwman, werden al snel de bevroren grond in geboord toen mijn zus kwam melden dat ze niet zouden vertrekken. Wegens slipgevaar. Als bij het horen van een codewoord sprong Stijn recht, melde dat hij dan best direct kon doorgaan omdat het anders nog gevaarlijker en later zou worden en voor ik het wist was zijn auto al uit mijn gezichtsveld verdwenen. De sneeuwbal gooiende kinderen waar ik anders misschien spontaan mee zou hebben bekogeld, kon ik haast met hun koppen in de sneeuw duwen toen ze begonnen gooien op rijdende auto’s en toen ik ook nog eens werd lastiggevallen door de man om de hoek, zette ik een punt achter mijn relatie met sneeuw.
Of het nu aan leeftijd ligt of aan een nieuw gevoel van realiteit, alle positieve aspecten van sneeuw smelten stilaan als sneeuw voor de zon. Jarenlang was ijs het snelste vervoermiddel naar school, maar waar toen gracieus gegleden werd, wordt nu genadeloos en gevaarlijk gevallen. Het ene slippertje volgt vaak het andere op en zelfs al heb je het geluk dit ongezien te begaan, de natte broek achtervolgt je vaak de rest van de dag. Wat vroeger een oneindige bron van plezier op zich was, wordt allemaal één gevaarlijke pot nat van zodra je over een rijbewijs of auto beschikt. Niemand ziet het immers zitten om urenlang te staan krabben voor vertrek, laat staan zich op een spekgladde baan te wagen. Slingerend van rijvak naar rijvak, houden vele chauffeurs hun hart vast en de geliefden thuis kunnen enkel hetzelfde doen. Ook met het openbare vervoer speel je zelden op veilig als er sneeuw of ijs mee gemoeid is. Gladde sporen en urenlange vertragingen zijn slechts enkele van de directe nadelen.
Dan maar binnenblijven geblazen? Niet enkel kan dit je sociale leven die winterse periode lang tot een ijzig dieptepunt brengen, het is ook verre van goed voor de vetverbranding en waarom niet gewoon genieten van dit zeldzame spektakel? De man op de hoek van mijn straat mag het misschien nog niet doorhebben, maar sneeuw is en blijft een zeldzaamheid. Zeker zo vroeg op het jaar. En waarom zouden we ons verlagen tot het niveau van iemand die dreigt de politie te bellen voor iemand die sneeuwfoto’s neemt? We zouden beter moeten weten en koesteren wat we krijgen. Het duurt immers niet lang meer eer alle vanzelfsprekendheden van deze aarde en ons klimaat om zeep zijn geholpen en het valt steeds minder vast te leggen wanneer en of er ooit nog eens sneeuw zal zijn en of we nog eens gaan kunnen genieten van dit winterwonderland.






Recente reacties