Vervelende verlanglijstjes

29 10 2008

Gelukkige verjaardag Jolien! Die woorden zijn nog niet koud of er haalt al iemand een cadeau en bijpassende grijns tevoorschijn. Niets zo leuk als cadeaus krijgen, maar hoe reageer je daar in hemelsnaam ‘naar verwachting op’? Je ziet in de blik van de gever immers de dwingende vraag te doen alsof je net datgene kreeg waar je al jarenlang naar verlangde. Maar wat verlangen wij nog tegenwoordig? Na een jeugd vol lijstjes schrijven ben ik immers alle creativiteit kwijt. Batman-Barbie is al jarenlang geen optie meer en alle speelgoedbrochures smijt ik achteloos naast mij neer. Wat ik dan weer echt nodig heb, is natuurlijk véél te duur om te vragen voor één gelegenheid en dus raken mijn lijstjes nog amper gevuld.

Hoewel de postbode dagelijks handenvol inspiratie in mijn brievenbus duwt, blijven de verlanglijstjes leeg. Vroeger kon geen brochure de woonkamer betreden of er werd over gevochten, uit elkaar getrokken en voorzichtig gereconstrueerd als onderdeel van mijn Sinterklaasbrief. Maar met een metekindje van nog geen jaar en de kindertijd al lang achter de rug, heb ik totaal geen nood meer aan dat soort speelgoed. Als je de marketingwereld geloofd is the sky the limit en dus zou ik kunnen vragen wat ik maar wil. Helaas droom ik al lang niet meer van een elektronische vlieg met afstandsbediening, ingebouwd fototoestel en als je goed zoekt waarschijnlijk ook nog een GPS. Als je de brochurestroom geloofd is het dan wel bijna december, maar ik ben er nog zeker van dat ik een dikke maand de tijd heb om eens diep na te denken wat ik dit jaar nu weer wil krijgen. Aangezien ik tegenwoordig liever de bodem van mijn brievenbus zou zien, in plaats van het nieuwste speelgoed, kan kinderlijk sentiment al van de lijst geschrapt worden. Dure technologie dan maar?

Niet enkel is dure technologie duur, het beperkt ook het aantal te geven cadeautjes. Na een paar maanden goed sparen legt je vriendenkring immers zoveel mogelijk geld samen om je één duur hebbeding te kopen. Twee zijn véél te duur om te geven en wie een volledige lijst vol dure dingen heeft is duidelijk in het verkeerde land geboren. (Al verkies ik toch wel een goed werkend verstand boven een dure Mercedes van de pappie voor mijn 16e verjaardag) Het krijgen van een duur hebbeding is dus al meer uitzondering dan regel en spaart de jarige een grote aankoop uit, maar toch is het altijd véél leuker papiertje na papiertje te moeten openscheuren met telkens weer dezelfde blik van oneindige vreugde. Veel kleine cadeautjes dan maar? Het grote probleem daarvan is dat alleen al de grootte een moeilijke blik oplevert. Moet je immers enorm verwachtingsvol kijken naar het cadeau, wetend dat er een grote kans is dat er een kaarsje van 1€ in zit of ga je het tijdelijk negeren tot alle grotere cadeaus al lang uitgepakt zijn en het cadeautje haast minderwaardig lijkt?

Ik geef eerlijk toe, ik ben een hel in cadeautjes. Het geven ervan is één van de leukste vrijetijdsbestedingen in mijn ogen en het zoeken ervan neemt dan ook veel spannende uren in beslag. Niets is immers zo geweldig als het vinden van het perfecte cadeau voor een geliefd iemand na véél subtiele luistersessies. In fel contrast tegen het genot van geven, staat het gekwel van krijgen. De gevers geven dan wel een blijk van respect, vriendschap, liefde en ik zou hen niet dankbaarder kunnen zijn, maar als ik maar eens de juiste blik vond…Liefst kroop ik elke keer weer onder een tafel tijdens het uitpakken om er met gepaste glimlach weer onderuit te kunnen komen. Terwijl iedereen reikhalzend meekijkt naar de inhoud, houdt de gever zijn blik vooral geworpen op je gezichtsuitdrukking. De “ooh ik hoop dat ze het leuk vindt” blik snijdt haast door de stilte en met de naderende ‘ontknoping’ is een reactie enorm dichtbij. Alhoewel ik al dankbaar zou zijn met een grassprietje, heb ik altijd het gevoel dat ik teleurstel. Hoe leg ik immers genoeg waardering, dankbaarheid en liefde voor de gever in mijn blik na een moment van verrassing?

Misschien moet ik dan maar faken? Overduidelijk overdreven beginnen kirren, schreeuwen dat dat toch wel HET beste cadeau is dat ik in jaren heb gekregen en de gever dankbaar in de armen vliegen? Het uitpakmoment zo lang mogelijk uitstellen is dan de optie die ik verkies, maar de gever voelt zich daardoor natuurlijk serieus gekrenkt. Niet enkel lijkt het alsof ik het cadeau niet wil, het lijkt ook haast alsof ik dat teken van affectie en de gever zelf volledig naast me neerleg voor iets anders. Dat is het dus ook al niet. De enige overblijvende optie is dan het verlanglijstje. Een stukje papier (liefst al maanden op voorhand bedacht en beredeneerd) met daarop alles wat ik maar wil. Gaande van cd tot pc, alles staat er gedetailleerd en al dan niet met vermelding van prijs op. Dit houdt wel het gevaar van dubbele gevers in (hoe weet je immers wie wat gaat geven met meerdere vriendenkringen die elkaar niet kennen?) en maakt het vele minder spannend. Dan maar moeilijk doen.

Wat ik echt wil als cadeautje? Eigenlijk niets. De samen doorgebrachte tijd is voor mij immers vaak al meer dan genoeg om gelukkig te zijn en ik krijg liever een héél jaar lang liefde, dan slechts één dag in cadeauvorm. Vriendschap hoeft voor mij niet ingepakt te worden in duur inpakpapier dat niet veel later toch maar wordt weggegooid. Voor wie me toch echt iets wilt geven, kan ik alvast zeggen dat ik een moeilijke ben. Het liefste krijg ik iets dat iets zegt over hoe goed je me kent of hoe goed we ons samen amuseren en onze relatie. Als daar dan ook nog eens een vrijstelling op ‘de gepaste glimlach’ bijkomt, heb ik die dag alles gekregen wat ik maar op mijn lijstje had kunnen zetten.





Supo Sprint

22 10 2008
Supo Tv in orverleg

Supo Tv in overleg

Morgen is het eindelijk zover: de SupoSprint! Nog maar even en het bloed, zweet en tranen van mijn collega’s en vrienden wordt op het internet gegooid. Of het nu in film, geluid of beeld is, we brengen Mechelen naar jou. Continu op pad met camera, microfoon en dictafoon, zijn de Hippies van de Ham druk bezig. Met een teveel aan stress en te weinig aan slaap, zie je ze haastig door de gangen lopen. Hup naar een volgende opdracht voor Supo.

Toen de KHM vorig jaar een eigen ‘netwerk’ uit de grond stampte, was het voor hen een heugelijke dag. De tweedejaars van toen hadden echter nog geen flauw idee wat hen boven het hoofd hing. Eindelijk echte praktijk, comments van onbekende, leescijfers en zelfs geleidelijke naamsbekendheid. Helaas hangt aan dit alles ook een slecht kantje vast. De praktijk slorpt alle blok- en vrije tijd op, kritiek kan je kraken, leescijfers zetten aan tot nog meer publiceren in nog minder tijd en voor five minutes of fame kan je beter naakt gaan op YouTube.

Ons eigen medium hebben we allemaal. Veel te vroeg moesten we kiezen of we nu voor of achter een camera willen staan. Of we onze stem willen lenen aan zwoele avondconversaties of dat we gewoon met een 500 gram wegende camera over straat willen lopen, met een pen in de hand en een illegale Indesign versie op onze computer.

Na veel getwijfel tussen TV en Print, hakte ik dan toch de knoop door. Print is dus wat ik nu met veel goesting doe, maar TV blijft een mogelijke toekomstwending. Er komt immers héél wat moois voort uit vrijwillig monteren voor het Praatcafé…

Niet enkel ben ik een rijzende PrintSter, al een geluk ben ik ook IAE. Door mijn geweldige gebrek aan kennis Frans, Duits, Politiek 1 en nog drie anderen, blijf ik voorlopig gespaard van Supo. Hoewel mijn vingers jeuken om te schrijven, foto’s te trekken of te monteren, moet ik toch braaf vanaf de zijlijn toezien hoe mijn vrienden stilaan doordraaien. Pilot na pilot vliegt op het internet (http://supo.khm.be), terwijl de angst toeneemt in hun ogen, net als de diepte van hun wallen daaronder. BV na BV wordt gecontacteerd, afgezegd of bevestigt en nauwkeurig in schema gebracht. Mechelen wordt continue gescand op beweging en toevallige voorbijgangers krijgen een camera, dictafoon of microfoon onder hun neus gedrukt.

Maar waarom ben ik nu zo negatief? Al drie jaar word ik opgeleid om neutraal te zijn. Bericht te geven met feiten en slechts feiten en deze niet te interpreteren maar in de juiste context te plaatsen. Met woorden moet ik spelen, emoties opwekken en niet verwerken. Toch wil ik hier een bitter smaakje geven aan het Supo-verhaal. Hoe leuk het me ook niet lijkt om eraan deel te nemen, ik zie de wanhoop groeien en krijg alle stress en frustratie over mij gespoeld. Diep vanbinnen doen we het graag, dit wordt onze toekomst. Maar de weg erheen verloopt met hindernissen en het nodige gevloek. Hierin gaan we groeien, onze weg zoeken (to go where no man has ever gone before) en goed zijn, maar nu is het even afzien. Mechelen is immers maar een klein deel van de wereld en als Hippies van de Ham zien we het zonder twijfel véél groter.

Tegen het einde van deze week is het misschien al zover? Met de Kick-off Party (op donderdag 23 oktober) voor de boeg, nadert de deadline en maken de Onliners zich klaar om www.supo.be aan de man te brengen. Vol spanning is het wachten tot de profs het teken geven en het echte werk kan beginnen. Zonder twijfel gaat iedereen elke dag weer nieuws opzoeken, de statistieken angstvallig in de gaten houden en hopen dat er onderwerpen komen binnenstromen. Mechelen laat van zich horen en hoopt van jullie hetzelfde!





Trigger Happy

15 10 2008

Toen ik me er vorige week stiekem schuilhield, merkte ik het al op: het is veel te vaak stil op kot. Hoe zalig zo’n ouderloos paradijs wel niet lijkt in het begin, eenzaamheid wordt al snel je nieuwste kotgenoot. Ik was dus amper verbaasd toen Stijn toegaf dat het soms wel wat TE stil was op zijn kamer (maar wat wil je met zo’n eeuwig tetterende vriendin…) Hij deelt het huis dan wel met vijf à zes andere mensen, veel tekenen van leven ziet hij er niet. Vrienden en feestjes zijn er zat in Leuven, maar terwijl het leven verder raast, staat de klok stil in zijn kleine kamer.

Eindelijk verlost van de bemoeienissen van je ouders, lijkt voor velen een droom die te mooi is waar te worden. Wie dan ook de stap naar het kot kan zetten, brengt minstens een maand zwaar feestend door. Gaan en staan waar je wil en dat allemaal zonder gezaag. Opgelucht zuchtend, zak je na de vele feestjes of kot warming party’s neer in je eigen, rustig ruimte. Maar je zucht van opluchting verandert al te snel in gezucht dat de leegte moet wegblazen. Het is immers maar stil in zo’n klein kamertje en zonder iemand om je aan te ergeren, gaat de avond vaak maar tergend traag.

Maar wat doet een echte student dan? De dappere onder ons storten zich op hun cursussen en blokken dag en nacht. Voor degene die erin slagen dit vol te houden, vormt het grootste gevaar dat ze zichzelf al snel verliezen in hun kleine kamertje. Anderen gaan rondhangen. Overal, maar niet daar. Zoveel mogelijk mensen leren kennen en nu we dan toch bezig zijn ook ineens wat locale dranken proeven. Netwerken noemt men dat. Voor de normalere onder ons vormen spannende boeken, verslavende series, goede films, hobby’s of sport mogelijke en betere opties. Stijn koos echter voor de minst tijdrovende en oplossingsgerichte optie: hij vertelde het aan mij.

Nog kinds van geest (op een volledig gezonde manier), vlogen mijn gedachten direct naar ’s mens beste vriend: de teddybeer. Maar mannen en knuffels hebben een verboden relatie. Wie van hen heeft er immers niet nog ergens één slingeren als herinnering aan zijn kindertijd? Of wie van hen heeft er niet eens eentje gekregen in een emotionele bui van zijn vriendin? Maar welke man durft de beer op een zichtbare plaats te zetten of er zelfs nog maar voor uit te komen? Niemand. Of toch een enorm kleine minderheid.

Met dit in gedachte nam ik een dapper besluit. Zijn bed (en kot) zijn voortaan bewoond door twee redelijk grote (en geweldig zachte) knuffels. Een korte zoektocht door Mechelen naar een leuke, maar niet te lieve en toch nog stoere beer, brachten me tot een koopje. Hoewel ze misschien nog iets te soft zijn, werden Tijgertje en Igor Stijn’s nieuwe kotgenoten. Maar als creatief koppel waren namen als Tigger en Igor net iets te basic, dus Trigger en Happy (ooh ironie dat Igor zelf nooit happy is) werden in het leven geroepen.

Hoe dit verhaal verder afloopt, weet ik zelf nog niet. Belanden ze op of onder het bed? In of achter de kast? En zullen ze wel de juiste oplossing zijn op zijn eenzaamheid? Niets zal ik er ooit nog over horen. Hij zal immers nooit meer tonen dat ‘mijn bezorgdheid’ al een groot deel van de eenzaamheid wegnam. Wat hun effect ook zal zijn, mijn zet is gedaan. En als het dan toch de verkeerde was, co-ouderschap is zeker onderhandelbaar…





Schrijvend sluipen

9 10 2008

Donderdagochtend. Nonchalant wandelt hij mijn gezichtsveld uit, terwijl ik zo onopvallend mogelijk vanuit het raam naar hem kijk. Alweer een afscheid, alweer kan ik niet meer bij hem blijven. Maar terwijl hij braaf les gaat volgen, bevind ik mij hier. Zo stil mogelijk aanwezig in zijn kleine, maar gezellige kot. Een ouderloos paradijs dat voor de volgende twee uur voor mij alleen is… Geen tijd om te lopen gillen, op het bed te springen of mijn Air Traffic cd buitengewoon luid op te zetten. Hier moet er stilte zijn. Regel 2 van het huisreglement zegt immers dat er geen vreemde gasten mogen blijven slapen, wegens niet verzekerd. Hoewel ik al geen vreemde meer ben aan dit huis, is het toch onduidelijk of mijn aanwezigheid hier wel geduld wordt. Dus speelde we gisteren een fluisterend spelletje zenuwen (dat ik nog maar eens won), waren we zo stil mogelijk zo lief mogelijk tegen elkaar en kon ik hem niet luidruchtig gillend uit zijn bed duwen in het midden van de nacht. Als iemand op de vlucht verschuil ik me nu in dit kot. De deur waarachter ik me verstop is dan wel binnen gezichtsveld, maar de drie stappen die ik moet zetten eer ik ze kan dichtduwen, zijn er me net teveel aan. Dus probeer ik zo stil te leven als maar kan. Ik sluip zo geruisloos mogelijk de trap af, zing fluisterend mee met mijn cd en streel de toetsen van het toetsenbord terwijl ik dit hier schrijf.

Toen mijn ouders de regel verzonnen dat ik maar eens per week met hem mocht afspreken en wij maar eens per maand bij elkaar mochten slapen, tekende ze zelf het doodvonnis voor hun regel. Uit eigen wil (en vooral noodzaak) had ik nog wel kunnen leven met ‘eens per’, maar nu ik weet dat ik het niet mag, is ‘eens per’ véél te weinig. Een verboden vrucht smaakt immers altijd zoeter. Ze hadden beter moeten weten, die ouders van mij, voor ze hun rebellerende dochter alweer een stel belachelijke regels oplegde. Natuurlijk luister ik niet naar hen, maar naar mijn hart en dus zit ik nu hier. Tegen de ouderlijke regels in, tegen het huisreglement in, maar met een hart dat schreeuwt van vreugde.

Alweer slaagt er een deur dicht. Mijn hart krimpt ineen denkend dat ik betrapt ben. Onzin natuurlijk, want ik ben al véél te goed geworden in stiekem zijn, maar toch spreekt het vooruitzicht aan betrapt worden me niet echt aan. Regel na regel verzonnen ze thuis, om mijn tienerjaren zo verantwoordelijk (en dus ook zo saai) mogelijk te maken. Maar zelfs met de 20 in zicht, blijven de regels maar komen. Tiener ben ik al lang niet meer, maar hun kind zal ik duidelijk altijd blijven. Terwijl de tralies keer op keer dichter op me afkwamen, vond ik altijd wel weer een bocht om me in te wringen. Niet wetend dat zij DE reden zijn dat ik nu zo creatief ben (vooral als het gaat over het vinden van smoezen) smeten ze deur na deur in mijn gezicht dicht, waarna ik ze even later weer stiekem opentrok. Herinneringen aan gestolen momenten, vluchtig gefluister of gewoon al stiekem gesnoep, zullen me altijd bijblijven terwijl ik mijn eigen kinderen opvoed.

Later zal ik het immers beter doen, maar kan dat wel? Dachten mijn ouders vroeger niet exact hetzelfde toen zij huisarrest kregen? Met deze vraag in gedachte, vraag ik me af of zij dan dan niet stiekem gingen doen. En of zij niet konden verwachten dat ik hen niet gehoorzaam. Natuurlijk hebben de meeste regels een nut, maar als ik het nut niet zelf kan ondervinden, lijkt het me nutteloos. Maar de meest nutteloze regel is toch wel die uit gebrek aan vertrouwen. Wie was er bv niet ondeugend als kind? Stiekem snoepjes stelen uit de kast of tekenen in plaats van een rekenles voorbereiden? Bij mij begon het klein en eindigde het erin dat mijn ma ‘geen vertrouwen’ meer had in mij. Nooit nam ik drugs, rookte ik of had ik criminele vrienden en toch was er geen vertrouwen. Dit zorgde ervoor dat ik rebelleerde tegen haar belachelijke regels, zij ontdekte dit, legde me nieuwe regels op, ik brak die, ze ontdekte dat, legde me weer nieuwe regels op, ik brak die…

Zonder twijfel zijn regels uit gebrek aan vertrouwen meer een blok aan je been dan dat ze een oplossing bieden. Voor je het beseft zit je vast in een vicieuze cirkel en dan zou er inderdaad wel eens iets kunnen gebeuren dat echt fout is. Iets dat misschien wel gevolgen heeft. Maar de mensen die zo angstvallig probeerde te verhinderen dat je die fout maakte, zijn net degene die je daarin hebben gewerkt. Maar waar zijn zij om het op te lossen? Door ‘gebrek aan vertrouwen’ verlopen de gesprekken stroef en een overschot aan trots sluit hulp vragen alvast uit. Is het dus niet beter kinderen met hun hoofd tegen de muur te laten lopen? Hen een fout te laten maken, uithuilen en als ouder zorgen dat het weer opgelost raakt? Zo zaten ze even in een zelfgegraven graf, maar kregen ze wel nog de nodige hulp. Mijn graf is zich aan het graven terwijl ik hier nu stiekem schrijf, maar hebben zij nog wel het vertrouwen om mij er nog wel uithalen als de muren rondom beginnen neer te storten?





afscheidkoppels

2 10 2008

img_0304

Nu ook ik de liefde heb gevonden, gaat een volledig nieuwe wereld voor mij open. Met een vernieuwde blik merk ik allerhande eigenaardigheden op en steeds vaker werd mijn aandacht getrokken naar de nieuwste trend in liefdesland: het afscheidskoppel. Mensen die schijnbaar niets anders willen (of moeten) doen dan afscheid nemen van elkaar. Hoe hartverscheurender, hoe beter en liefst zo openbaar mogelijk. Zelf behoor ik natuurlijk ook tot die categorie. Ook in mijn relatie lijken ‘Hey!’ en ‘Tot de volgende keer’ haast logische opvolgers in een gesprek. Je hebt elkaar nog maar net een gepaste begroeting gegeven of je moet er alweer een afscheidsknuffel van maken. Natuurlijk merk je echte afscheidskoppels pas op als je zelf half op de trein huiswaarts staat. Tot de deur ons scheidt. Pijnlijk te weten dat veel gemis in de handen ligt van het fluitje van één man. De hartenbreker van dienst, die enkel en alleen maar op tijd wil zijn (enkel dan zullen treinen stipt zijn). Hij is het die bepaald dat hij al het sentimentele gelebber beu is en het zoveelste afscheidskoppel van die dag een deur in hun gezicht smijt.

Maar wat doet een afscheidskoppel daarna? Ik beperk mij tot het uitzichtloos staren. Terwijl mijn gedachten nog over de voorbije dag nadromen, drukt mijn hart zich zo dicht mogelijk tegen de leuning van de zetel. Hopend dat het zo net iets langer daar kan blijven waar ik zo graag ben: dicht bij hem. Andere afscheidskoppels vallen natuurlijk op door hun lege blik, vage en ondoorgrondelijke glimlach of door de frequentie waarop ze hun gsm checken tijdens de lange rit naar de realiteit. Terwijl zij de neiging onderdrukt om hem te sms’en dat ze hem mist van zodra de deur zich sluit, doet hij waarschijnlijk net hetzelfde. Niemand van hen wil per slot van rekening moeten toegeven dat ze het steeds moeilijker krijgen zonder elkaar. Want het is algemeen geweten dat afscheid er nooit leuker op wordt.

In de uren die volgen op het moeilijke afscheid, zijn er meerdere opties: leeg voor je uit blijven staren tot je weer in elkaars armen ligt een paar dagen later, je leven verder oppikken en doen alsof je het wel zonder elkaar kan redden of je leven proberen verder zetten, merken dat dat niet lukt en teruggaan. Als kleindochter van een vrijgevochten vrouw met ‘anti-man’-mentaliteit, zou ik zonder twijfel of uitzondering de 2e optie moeten kiezen. Helaas ben ik wel een moeilijk mens, maar zie ik toch het nut van mannen in. Wie moet er anders later mijn vuilzak buitenzetten op een luie maandagochtend?

Toen optie 1 me had omgetoverd tot iemand die enkel en alleen in de les Engels zat omdat ze echt wel moest en die dus om de haverklap zuchtte dat ze daar niet wou zijn, nam ik het heft in eigen handen. Hopend op een gebrek aan sociaal leven van hem, stapte ik impulsief op de trein naar Leuven, voor de 2e keer die dag. Vergezeld door Ben&Jerry, verstopte ik me op het opstapje voor zijn kot. Hopend dat hij niet zo slim zou zijn om door het raam te kijken en op te merken dat ik iets te dik was om me helemaal te verstoppen. Helaas…Hoewel de ‘little girl scream’ ontbrak deze keer, kon ik toch in zijn ogen zien dat de surpr-ice werkte! En daar was dus HET bewijs dat ik hem altijd een stap voor zal blijven.

Maar terug naar de hoofdzaak nu. Dat koppels elkaar niet al te lang kunnen missen na een geweldige dag, is natuurlijk niet meer dan vanzelfsprekend. Wie dat gevoel niet ervaart, moet zijn relatie toch nog eens goed overdenken…Maar is het niet net het afscheid dat alles véél mooier maakt? Wetend dat de tijd bij elkaar vergankelijk is en we dus véél meer en beter gebruik moeten maken van wat we krijgen? Het tikken van de klok is iets wat elk koppel wel zou willen tegengaan, maar net doordat de tijd gewoon doorgaat, wordt het des te mooier. Tijd staat niet stil, maar mensen ook niet. Hoelang het ook duurt, de tijd die je samen doorbrengt, is een evolutie die je deelt. Een subtiele verandering, die amper zichtbaar is maar daarom niet minder echt, voltrekt zich in elkaars armen en misschien is het samenzijn net daarom zo mooi? Je verandert van wie je was, naar wie je bent bij het afscheid en dat alles bij degene die je het liefst zo dicht mogelijk bij jou hebt. Afscheid nemen is dus wel zwaar, maar net daarom véél mooier en een aspect dat elke goede relatie nodig heeft. Ik was dus enorm blij dat na een halve liter New York Super Fudge the long goobye zich al direct aanbood en ik me weer levensgevaarlijk tussen deuren moest gaan steken. Vergezeld door maar liefst drie andere koppels op één trein, probeerde ook ik zo lang mogelijk daar te blijven, zo veel mogelijk nog te doen in die paar minuten die ons restte,… Maar toen het fluitje klonk, de trein zachtjes begon te rijden en ik alleen op weg naar huis ging, kon ook ik alleen maar zuchten dat het weer een véél te mooie dag geweest was…