Ode aan mijn Fofa

2 10 2009

Fofa en MoemoeHet is vandaag exact drie jaar geleden. Drie jaar vol nieuw leven, evoluties, hoop, maar ook een diep tranendal en zakdoeken vol verdriet. Want drie jaar mag dan wel een eeuwigheid lijken voor diegene die wel verder konden, mijn hart staat nog steeds stil als ik eraan denk: mijn opa is dood.
En hoewel je dood al lang aangekondigt was en ik drie jaar geleden goed genoeg wist dat dit waarschijnlijk de laatste dag van je leven zou zijn, toch kan ik niet verder gaan.
Er dan wel is een tijd om te rouwen en een tijd om voort te gaan, maar voortgaan zonder jou zou enkel achteruitgang zijn. Dus herinner ik je dagelijks in de kleine dingen die je achterliet.

Het was een mooie herfstdag in oktober toen ik impulsief besloot alle moed bijeen te rapen en nog eens op bezoek te gaan. Niet dat ik dat nooit eerder gedaan had, laat staan dat ik niet wou, maar de man die daar lag was mijn Fofa niet meer.  Mijn opa  was een geweldig man. Hij was een knutselaar met gouden handen, beheerste wiskunde als geen ander en was zo lief dat zelfs zijn kater leerde praten om dichterbij te zijn. Maar de koppigheid die hij aan mij doorgaf zou later zijn doodsvonnis tekenen. Op een mooie lentedag in 2006 besloot je namelijk eindelijk eens naar de dokter te gaan met een aanhoudende buikpijn. Wat oorspronkelijk een normale consultatie zonder al te zware gevolgen zou zijn, draaide echter helemaal anders uit. Darmkanker was de conclusie en “ongeneeselijk” was daar onlosmakend mee verboden. Ironisch genoeg zou je het perfect gered hebben als het maar wat vroeger was ontdekt, maar nu was je te oud en je hart te zwak om er nog veel aan te kunnen doen. Zienderogen verschrompelde die geweldige man, mijn peter, tot er enkel stilte en koude overbleef. Weg was de man met wie ik vroeger Chinese voetbal speelde in de tuin.
Daarbovenop wou je ons extra verdriet besparen door je in steeds meer in jezelf te keren, al maakte dit het enkel véél ,véél moeilijker. De nodige conflicten, wanhoopstranen en ziekenbezoekjes later werd steeds duidelijker dat we afscheid moesten nemen.
Terwijl het steeds stiller werd in je palliatieve kamer, mijn oma zich steeds eenzamer voelde (aangezien je iedereen buiten sloot) en iedereen besefte dat hetdringend tijd werd om afscheid te nemen, zat ik op 0110. De druilerigste, meest afgrijselijke dag uit mijn leven. Alsof het nog niet genoeg was dat ik wist dat je die dag waarschijnlijk dood zou gaan, terwijl ik mij ‘amuseerde’ op een festival, moest een (ondertussen ex-) beste vriendin haar onbegrip over mijn afwezigheid aan je sterfbed nog maar eens uiten. Ik was dan wel doodsbang je te verliezen zonder afscheid, mijn angst voor de dood himself was nog véél groter. En toch besloot ik op twee oktober 2006 nog een laatste keer langs te gaan.

Of het nu lag aan het lot, de bus of de drie minuten waarin ik stilstond voor een slok water, ik kwam te laat.

Volgens de verpleegster wachtte je expres de eenzaamheid op. Het was klokslag vijf uur in de middag toen ze besloten je een laatste keer te wassen en alle familieleden uit de kamer te jagen. Het was klokslag vijf uur in de middag toen ik stilstond (op vijf minuten wandelafstand van het ziekenhuis) voor een slokje water. Vijf minuten later was je niet meer.
En lafhartig als ik was kon ik maar geen afscheid nemen aan je sterfbed. Vanuit de deuropening keek ik neer op wat ooit mijn opa was geweest en kon ik enkel weggaan met tranen in mijn ogen en eeuwige spijt dat ik te laat was.

En dus begon ik te verzamelen. Krampachtig vasthoudend aan alle wat ooit van jou was, besef ik dat ik niet enkel mijn koppigheid, maar ook mijn verzamelzucht van jou komt. Hele dozen piepschuim werden uit je garage gevist en weggesmeten, terwijl ik met tranen in mijn ogen toekeek. Vluchtig als het menselijk geheugen is, wist ik namelijk dat het niet lang zou duren eer alle beelden zouden veranderen. Kindertijden zijn nooit meer hoe het werkelijk was, verhalen worden subjectief ingekleurd, details gemisinterpreteerd en voor ik het wist zou je helemaal verdwenen zijn. Dus begon ik aan mijn verzameling. Alle stukjes die de darmkanker van je wegwraten, ving ik op in mijn ‘schatkist’. Gaande van het joggingspak dat je nooit mocht dragen (casual tv kijken is in de ogen van de moemoe nog steeds not done) tot je eigenhandig gerepareerde accoustische gitaar: al het goud uit jouw handen vormt tot op vandaag mijn herinnering aan jou.  Één die ik altijd zal blijven koesteren. Want hoewel Heleen’s poging tot gitaargetokkel de stilte na je vertrek wist op te vullen, je handige handen worden meer dan ooit gemist telkens er een valse noot weerklinkt.

Ooit zal ik me erbij moeten neerleggen. Inzien dat er niets meer is dan een koude steen met plastic bloemen en daarachter een stoffige herinnering aan een geweldig iemand. Dat het tijd wordt om voort te gaan en stilaan te vergeten.

Maar die tijd is nu nog niet.

Dierbaar aandenken aan Armand Vanhees, gestorven op twee oktober 2006 om 17u





Toekomsttwijfels: tegen beter weten in

12 06 2009

Ik was klein en ons tuintje was de wereld
Een zandbak met een schutting eromheen
Wat erachter was, dat mocht ik zelf verzinnen
Een grote tuin vol bloemen en een zon die altijd scheen
En dat bleef zo al ontdekte ik ook later
Dat er niets was dan wat onkruid en wat puin
Want de werkelijkheid had immers niets te maken
Met die zelfbedachte echte bloementuin

Van de wereld was die schutting wel het einde
Van mijn eigen wereld was hij het begin
En daar bleef ik in geloven
Tegen beter weten in

Op het lyceum zat ik jarenlang gevangen
Als een vreemde vage vogel in de klas
Van elk meisje kreeg ik wilde toekomstdromen
Want na het eindexamen begon het leven pas
En al liep ik later eenzaam vele blauwtjes
Ergens op een koude kamer in de stad
Ik wist zeker: morgen zou het echt beginnen
Het grootse leven dat ik voor me had

Want van vroeger was vandaag altijd het einde
Van iets beters en iets nieuws steeds het begin
En daar bleef ik in geloven
Tegen beter weten in

En zo kwam ik steeds aan weer een nieuwe schutting
Met daarachter weer een ander paradijs
En dan bleek dat steeds opnieuw een veld vol distels
En zo werd ik langzaam ouder en heel erg langzaam wijs
Maar al ben ik dan toch wat men noemt volwassen
En schuttingen, daar kijk ik overheen
Wanneer ze zeggen: eens wordt alles liefde
En eens dan worden alle mensen één

En er is geen einde aan het laatste einde
Er is alleen een eeuwig nieuw begin
Dan zal ik daar onmiddellijk in geloven
Tegen beter weten in

Origineel gedicht: (wordt nog opgezocht)
Gebracht als songtekst door Rob De Nijs (1973)





Toekomsttwijfels

14 04 2009

Visueel voorgesteld is mijn toekomst een zwart gat. Een héél groot zwart oppervlak met een wit vraagteken erin. Mocht het nu gaan over een zwart gat met glinstertjes, dan zou dat de zaak natuurlijk helemaal veranderen. Maar nee, het is gewoon effen zwart en niets meer. En hoe groot de nood ook is om hier en daar wat zwart weg te nemen en duidelijke beelden toe te voegen, een uitgetekende toekomst durf ik mezelf nog niet te geven. Het leven zit immers vol impulsieve of foute beslissingen, onverwachte wendingen, tegenslagen, toevalstreffers,.. En met dat alles in mijn achterhoofd weet ik liever niets van wat me te wachten staat. Het overkwam me immers vaak genoeg dat ik een droom voor ogen had. Ik wist waar ik heen wou, wat te doen en wat voor invloed dat zou hebben op mijn leven. Maar als realiteit steeds de naald is die je droomballon kapot prikt, worden toekomstbeelden snel afgeschaft. En toch zou het mooi zijn te weten waar ik aan begin. Mijn beste middelbare vriendin heeft een toekomst. Tot in de details heeft ze haar leven van nu tot dan uitgestippeld, van trouwdag tot kinderen. En hoewel het nog vaak om een ruwe schets gaat, de inkleuring van die schets wordt met de grootse precisie en ruim op voorhand gedaan. Gaande van de kleur voor haar servetten tot de manier waarop de tafellakens gestreken moeten worden, aan alles heeft ze gedacht. Ondertussen is de trouwceremonie gepland, de jurk bijna gekocht en de datum gevallen: lente volgend jaar. Nog een volledig jaar dus om uit te maken naar welke richting de grassprietjes moeten wijzen. En hoewel ik het bewonderenswaardig vindt dat zij precies weet waar ze heen wilt, hoeveel kinderen ze zal opvoeden en ongeveer ook wanneer, toch jaagt dit alles me maar angst aan. Mijn gebrek aan toekomst mag dan wel abnormaal zijn voor sommigen, haar teveel hieraan is eerder zorgwekkend. Want wat als haar aanstaande man dan toch niet de man van haar dromen blijkt te zijn? Of als de kinderwens niet zo vlot in vervulling gaat als gepland? Nee, geef mij dan maar liever onzekerheid. Het grote niets. Soms is het immers leuker om niets te weten. En daar weet ik alles van.. Pas na vier jaar kleuterschool, zes jaar lagere school, zes jaar middelbaar en bijna drie jaar hogeschool durf ik te stellen dat ik niets weet. Ik sta dan wel in het leven met ‘een rugzak vol wijsheden’ (zoals mijn leerkrachten het altijd zeiden), geen van die wijsheden is wijs genoeg om nu al te weten wie of wat ik ga worden. De tijd is immers een eindeloze beweging naar het einde toe en moet zo goed mogelijk besteedt worden, maar hoe groter de cijfers worden hoe minder ik weet. Toen ik klein was wist ik het nochtans allemaal. Dromen waren er immers genoeg, geld was nooit een problemen (aangezien ik er niet over beschikte voor mijn twaalfde) en of ik later kinderen wou of niet speelde alles behalve een rol toen ik er zelf nog één was. Maar dan komt er een einde aan de zorgeloosheid. Stilaan nemen studieboeken je tijd in de speeltuin weg, worden serieuze conversaties met je ouders even dagelijks als blootsvoets door de tuin huppelen en voor je het weet zit je vast aan een etiket: volwassene. De wereld ligt dan wel aan je voeten, maar als elke stap een vraag oproept, sta ik toch liever stil. Helaas heb ik die luxe niet. Dus liet ik een kinderdroom mijn studierichting bepalen en hoopte na drie jaren hogeschool wel te weten wat te doen. De studententijd is immers de mooiste tijd van je leven en tussen de drugs en alcohol door zal er wel eens een helder moment komen waarop je wat je toen staat. Maar nu ik stilaan een stageplek moet zoeken en de economische crisis steeds meer jobonzekerheden biedt, komen de vragen weer terug. Nu is het immers de aangewezen tijd om uit te maken welke schrijfstijl ik mezelf wil aanmeten of ik eerst kinderen wil en dan carrière en welk tijdschrift nu het meeste bij mijn kunnen ligt. Maar is het wel goed om nu al te weten waar ik later naartoe wil? Om alles mooi op voorhand uit te stippelen, maar dan in het gezicht gespuwd te worden door ‘het lot’? Misschien is die onzekerheid net wel het mooie aan journalistiek. Het is immers door de flexibele uren en vrijheid dat ik koos voor deze richting, dan maar stoppen met denken en zien wat er komt?





Nu ook op vrijdag!

31 03 2009

Nu school weer wat drukker wordt en de titels zonder invulling steeds minder aanwezig zijn in mijn “voor op blog” map, leek het mij het leukste op vrijdag (of héél drukke dagen) eens een lievelingsgedicht van mij op deze site te smijten. Oke ja, beetje emo, dat wel, maar aangezien negen jaar dictie zo zijn sporen heeft nagelaten, zit ik niet enkel met een hele hoop zelfgeschreven gedichten, maar zijn er nog andere pareltjes die vele niet kennen…Vanaf nu zal ik elke vrijdag een gedicht online plaatsen dat zo goed mogelijk bij het onderwerp van dinsdag past :-)

En dit zijn de eerste:

Zeg nooit dat je het niet hebt geweten,
nooit dat je van mijn liefde geen teken vondt:
mijn leven lang heb ik ermee volgekregen
u neer te schrijven of uit te leggen,
de onrust, die me naar de adem stond.

In kroegen en parken, op godvergeten plaatsen:
nooit heb ik gezwegen, maar integendeel altijd
bezig – hunkerend, of met een bezwaard geweten.

Zeg dus noit dat ik hieraan verstek liet gaan-

wanneer ik weg ben, dood, of door mijn kinderen vergeten

zal het overal te lezen staan.

C.8 door Eriek Verpale

Ik was jou
aan het schrijven
en jij was mij
aan het lezen.

Maar lang duurde het niet.

Want ik was onleesbaar
en jij onbeschrijfelijk.

Geert de cockere

Soms
schrijf ik alles
kort en klein.
Niet omdat ik boos ben.
Veeleer uit zuinigheid:
ik hou van weinig woorden.

Er zijn evenwel
weinig woorden
waar ik niet van hou.

Geert de cockere





Neergeschreven leven

24 03 2009

Liefste dagboek,

Terwijl het geruis van de voortrazende trein zich steeds meer vermengde met de muziek in mijn oren, kon ik niet anders dan zelf nog eens stilstaan bij alles wat er de afgelopen dagen is gebeurt. Gisteren nog kreeg ik het weer eens aan de stok met een oude vriendin die zich verwaarloosd voelt. En hoewel zij het er niet inkrijgt dat ik het nu eenmaal niet al te simpel heb thuis, dat zieke mensen geen aangenaam gezelschap zijn en dat je het nu eenmaal ferm beu wordt om constant te springen voor mensen die hetzelfde absoluut niet doen voor jou, kan ik niets anders dan me afvragen of ze gelijk heeft. Of ik inderdaad al mijn tijd steek in Stijn , wil breken met mijn middelbaar en het echt teveel gevraagd is om haar af en toe eens aan te spreken op msn (al weet ik goed genoeg dat enkel zij in die conversatie aan het woord zal komen en ze mijn goede raad toch naast zich zal neerleggen). Breinbrekende vragen genoeg dus, maar na een verklarende en mezelf verdedigende e-mail ,leg ik de zaak volledig naast me neer. Alweer een vriendin van het middelbaar minder dus, maar oud worden doen we nu eenmaal alleen. En toch ook weer niet…


Of je het nu wilt toegeven of niet, ieder van ons zal ooit (desnoods in een ver en duister verleden) wel een dagboek hebben gehad. Een boek, schrift of gewoon losse hoop papieren volgeschreven met wanhopige tienerliefdes, ruzies thuis of problemen met vrienden. En hoewel deze papieren vriend nooit zal antwoorden, laat staan goede raad zal geven, houden hopen mensen zich hieraan vast alsof het hun beste vriend is. Hij is immers de enige constante in je leven die, verwaarlozing of niet, er als enige altijd zal zijn. De opluchting die vrijkomt na het neerschrijven van de voorbije dagen is nochtans niet zijn enige bestaansreden. Bewust of niet, een dagboek is een menselijke poging tot onsterfelijkheid. Waar wij stoppen met ademen, vertellen zij ons verhaal voort aan ieder die ons emotionele geschrift kan lezen. Want hoewel dagboeken helden zijn in het wegwerken van negatieve emoties, zij dienen vooral als boodschapper in de toekomst.


De meeste mensen zijn doodsbang om te sterven. Goed beseffend dat we na ons leven hier terugkeren tot stof, proberen vele van ons hun aanwezigheid te rekken. Sommige maken naam als wetenschapper, schrijver of ontdekker van iets, maar aangezien de geschiedenisboeken zo al dik genoeg zijn en dus steeds minder plaats hebben voor de gewone mensen onder ons, moet ieder zijn eigen manier vinden. Of het nu gaat over een tijdscapsule die begraven ligt in de tuin, een zeldzame gedichten- of postzegelverzameling of gewoon een dagboek, iedereen zal zo wel iets hebben. Ik daarentegen heb ze alle drie. Altijd al doodsbang geweest om ineens “weg” te zijn en vergeten te worden, besloot ik jaren geleden om stilaan mijn stempel te zetten op deze aarde. Een toekomst als archeoloog of wetenschapper ligt duidelijk ver buiten mijn bereik, dus werden het gedichten die mij niet enkel emotioneel, maar ook letterlijk laten overleven. Ook een tijdscapsule was zo één van de dingen die ik absoluut moest nalaten. Helaas voor mij was begraven in mijn tuin nooit echt een optie. Niet enkel omdat mijn ma, de tuinfreak, me zou vermoorden, maar vooral omdat een houten kist gevuld met papier het niet al te lang zou rekken in een wormige ondergrond. Dus verblijft mijn capsule op mijn kamer. Al mijn ‘kostbare’ bezittingen liggen dan wel lekker dicht in mijn buurt, een gevoel van veiligheid was er toch pas toen er ook een slot op ging. De inhoud van die kist heeft dan wel tot nut gedeeld te worden, toch zal het pas lang na mijn dood zijn dat er ook echt in gerommeld wordt door iemand anders dan mijzelf. Maar zal de inhoud van die kist ook echt mijn leven weergeven aan een volgende generatie?


Wat er exact in mijn ‘tijdscapsule’ zit, ga ik in deze blog niet vertellen. (Kill me and find out zou ik zo zeggen..) Maar dat mijn dagboeken hierin zitten, is de logica zelve. Als vrouw van veel woorden is het niet meer dan logisch dat ik met één klein boekje geen genoegen had en ondertussen zitten er dus al minstens 7 verschillende schriften in mijn kist. Maar hoewel er genoeg informatie te vinden is over mijn dagvulling van de voorbije 10 jaar, toch blijft de vraag of al deze bladvulling ook een goed beeld geeft van wie ik was en wat ik deed. Veel mensen hebben immers de gewoonte om de goede momenten te beleven en de slechte neer te schrijven. Het menselijke brein mag dan wel beter in staat zijn de negatieve dingen te onthouden, het zijn deze emoties die we het meeste neerschrijven. De kans bestaat immers dat we tijd waarop we goede dingen hadden kunnen doen, wegsmijten door er teveel over te schrijven. Dus is het met betraande ogen dat we onze dagen hier beschrijven. Het teruglezen van een dagboek is dan ook verre van een aanrader. Niet enkel kan het kinderlijke geschrift afschrikken, maar veel wonden worden terug opengereten en niemand leest graag uitsluitend slechte dingen. Stoppen met schrijven dus? Natuurlijk niet! Een dagboek mag dan wel de slechtste manier zijn om een beeld te geven over hoe gelukkig je leven was, je karakter blijft zwart op wit op papier staan. En dat je alleen maar een mens was die nood had baaldagen neer te schrijven, zullen ze zelfs in de verre toekomst begrijpen. Dus schrijf ik rustig voort in mijn papieren vriend, maar blijf ik toch proberen om mijn naam ook op een andere manier het eeuwige leven te gunnen.





Valse vakantiegevoelens

17 03 2009

valse-vakantiegevoel1

Zon, zee, strand… Het is weer de tijd van het jaar voor idyllische vakantietaferelen. De herrezen zon doet immers vele mensenharten smelten na een ijskoude winter, maar helaas is dit maar een vals vakantiegevoel. Want terwijl de zonnestralen vallen op het nieuwe, groene gras, de vogeltjes fluiten en mijn hangmat zich behoedzaam richting tuin begeeft, realiseer ik me bij elke stap dat het eigenlijk helemaal nog niet zooo warm is. Menig wandelaar mag dan wel steeds feller opkrullende mondhoeken hebben en veel tieners beginnen reeds te strippen bij het verlaten van de voordeur, toch besef ik maar al te goed dat één wolkje al genoeg is om dat zomerse geluk weg te nemen. Onze agenda’s mogen dan wel zeggen dat het al lente is, de natuur zelf heeft het nog niet helemaal door. Na één zonnige dag volgt immers maar al te snel een dag met regen en wie zich nu al te hard verhoopt op een hete zomer, zal snel weer in zijn winterdepressie terugvallen. We willen immers allemaal een zomer die zich snel inzet en warmer is dan de vorige, maar met de opwarming van de aarde op til, kunnen we maar best niet te hard van stapel lopen. Een dikke trui in de buurt is dus mijn warme aanbeveling.

Zon heeft altijd al een raar effect gehad op de mens. In het verre verleden werd ze namelijk vereerd door de Inca’s en de Egyptenaren, maar ook onze Westerse beschaving heeft zo zijn eigen manier om ze te herdenken. Korte rokjes in zowel winter als zomer zijn het hulpmiddel bij uitstek om een instant zomergevoel op te roepen. En hoewel dit ook bij mij een regelrechte oppepper is, hou ik me aan een zelf aangeleerde wijsheid: hoe sneller je de zomer in je kleerkast laat, hoe minder je kan uitdoen als het echt zomer is. Er is immers een grens tot waarop we kleren kunnen uittrekken en zolang uit je vel springen nog geen realistische optie is, probeer ik blote benen en spaghettibandjes te houden tot het laatste. Er moet immers maar één hittegolf toeslagen om een gehele bevolking in zijn blootje onder openbare fonteinen te zetten. Dus hoe graag ik ook meezing met de vogeltjes en mijn sjaal steeds dieper in mijn kast verdwijnt, zomer is het voor mij nog lang niet.

Valse vakantiegevoelens worden echter niet enkel aangewakkerd door zonneschijn. Een plots teveel van tijd om handen kan al snel hetzelfde effect geven. Als IAE-ster heb ik namelijk dat probleem. Waar ik vorig jaar soms 12 uur per dag op school zat voor portfolio en lezingen, zit ik nu amper anderhalve dag op school en dus meer thuis dan ik gewoon ben. Met een halve computerverslaving en een vriendje lijkt dat probleem snel opgelost. Toch kan niets minder waar zijn. Hoe meer tijd ik heb, hoe minder ik doe. Terwijl het schaarse schoolwerk zich stilaan naast mij opstapelt, vind ik elke dag opnieuw wel iets belangrijker te doen. Ik heb immers nog tijd zat om die taak te maken, dus vanwaar de stress? Maar aangezien “eventjes een computerspelletje spelen” al snel een hele dag in beslag neemt (hetzelfde geldt voor even tv kijken), moet ik met leden ogen inzien dat ik nood heb aan een volgepropt lessenrooster. Het is immers véél simpeler om bergen te verschuiven onder de nodige druk. En nu ik zelfs niet altijd genoeg tijd heb om deze blog te onderhouden, wordt het tijd dat ik me stilaan herpak.

Ook emoties worden duidelijk beïnvloed door de zon. Hoewel veel relaties ontstaan of zich verstevigen tijdens de koude wintermaanden (door een extra nood aan warmte), zijn de lentemaanden dan weer gekend voor de gebroken harten. Het gras wordt immers steeds groener aan de andere kant en terwijl steeds meer blote benen de mannenhoofden op hol brengen, wordt het tijd voor veel koppels om afstand te nemen. Steeds meer zonovergoten terrasjes worden de ultieme plek om een kleurtje of een avontuurtje op te lopen. Hoe logisch het ook is dat de zomer een warm gevoel vanbinnen bezorgd, toch maak ik me zorgen over deze groteske effecten van slechts enkele stralen. Het zal dan ook met de nodige argwaan zijn dat ik deze zomer door de straten slenter, hopelijk nog steeds arm in arm met mijn zomerse verovering van vorig jaar.





Tot de scheet ons scheidt

3 03 2009

Verliefdheid duurt tot de eerste scheet. Die wijsheid trachtte Axl Peleman de Laatste show-kijkers vorige week aan te leren. En hoe simpel en boers deze uitspraak in eerste instantie wel niet lijkt, Axl heeft gelijk. Verliefdheid is immers slechts een fase. De fase waarin ‘de man van je dromen’ de perfectie zelve is. Nieman kan ooit beter, mooier, sterker, leuker, grappiger, sexier of zelfs welriekender zijn. Betoverd door zijn volmaaktheid, valt er haast geen enkel foutje te bespeuren. Tot die eerste scheet je weer met beide voeten op de grond zet. Een mens is immers pas volmaakt als hij over een goed werkend spijsverteringssysteem beschikt en dat laat zo af en toe eens van zich horen.


Na de allereerste blik, eerste kus of zelfs een allereerste ruzie, moet ik een nieuwe mijlpaal toevoegen aan mijn lijstje. Relaties zijn immers opgebouwd rond mijlpalen. Niet de psychologische ‘itches’ waar je om de zoveel maanden mee naar de relatietherapeut moet, maar gebeurtenissen die belangrijk genoeg zijn om je relatie vorm te geven. Dat de befaamde eerste kus en een kennismaking met de mogelijke schoonfamilie hier al zeker toe behoren, trekt niemand nog in twijfel. Toch moet deze “waarheid” eens nodig worden herzien. Mijn visie van mijlpalen als zijnde ‘belangrijke gebeurtenissen’ heeft immers een bijschaving nodig. Nu ook ik inzie dat die allereerste scheet alles verandert en haast het belangrijkste schakelmoment is in een relatie, is mijn zicht op liefde genuanceerd. Liefde is immers de enige emotie die ons ertoe aanzet in volledige harmonie met jezelf en iemand anders constant samen te zijn en de slechte kantjes erbij te nemen. Iets wat je duidelijk niet terugvindt in de perfectionistische verliefdheidfase.


Ieder van ons heeft het ongetwijfeld al eens meegemaakt. Een onbereikbare, maar des te harder lonkende vlam die steeds meer onderwerp wordt van je leven. En hoewel je nog nooit één woord met elkaar gewisseld hebt, de liefde kon niet groter zijn. Maar…liefde? Niet wetende hoe zijn/haar stem klinkt, of zij/hij echt wel zo slim is als je hem toedroomt en nog minder bewust van het werkelijke karakter van je droomman/vrouw, schrijf je hem/haar steeds meer goede eigenschappen toe. Hoe kan iemand ooit nog aan hem/haar tippen? Maar dan volgt de eerste kennismaking. Na soms maandenlang staren, raap je al je moed bijeen en volgt er een echte conversatie. Waarschijnlijk reeds zwaar onder de invloed van de chemische stoffen die zij/hij op je af laat komen, besef je dat je ‘de liefde van je leven’ hebt gevonden. Maar dan pas komt de eigenlijke relatie. De stilaan groeiende nood om continu bij elkaar te zijn of van elkaar te horen, neemt soms ongeziene proporties aan en voor je het weet ben je elk moment samen. Pas dan is het dat je echt ziet met wie je het bed deelt. Die gekende ochtendadem, badhairdays en alle mogelijke ongemakken maak je met elkaar mee. En net daarin wint je relatie aan kracht. Want wie nog altijd even liefdevol kan kijken naar een halve Frankenstein als naar de schoonheid die hij ziet met make-up en na een goede douche, kan duidelijk zeggen dat hij halsoverkop verliefd is. Maar dan pas komt die eerste scheet.


Hoe hard we ook mogen proberen, niemand heeft de volledige controle over zijn eigen lichaam. Ongewenste haargroei, geluidproductie en stank zijn zo van die dingen die je dag volledig om zeep kunnen helpen, maar onoverkomelijk zijn. Degene die probeert een scheet binnen te houden, zal de aandacht al zeker trekken met zijn vreemde gezichtsuitdrukking of gewoon al ongemakkelijke gedrag. Maar liefde is iets wonderbaarlijks. Hoe duidelijk het ook is dat hij/zij zijn/haar darmen niet langer onder controle heeft, wie elkaar graag ziet zegt hier al lang niets meer over. Terwijl hij zo subtiel en toch opvallend mogelijk doet alsof er niets aan de hand is, zal zij wikken en wegen. En, alle etiketten ten spijt, als de verliefdheid groot genoeg is zal ook zij doen alsof haar neus bloedt. En net daarin schuilt de liefde. Eindelijk in het volledige besef dat je geliefde ook maar een mens is en dat hij/zij ook zijn fouten heeft, lukt het je toch nog om bij hem/haar te blijven. Om hem/haar die exact zelfde smachtende blik als voor de kennismaking toe te werpen en om hem/haar het gevoel te geven dat hij/zij echt wel perfect is. En op het moment dat je elkaars onvolmaaktheid inziet en toch even gelukkig bij elkaar blijft, dan pas kan je een volwaardige relatie beginnen. Want enkel wie elkaar als gelijke kan aanvaarden en zijn volledig menselijke zelf kan zijn, kan zeggen dat hij/zij de liefde gevonden heeft. En gezien deze alles overwint, gaat het je na het overleven van die eerste scheet, als koppel voor de wind.





For old times sake

24 02 2009

for-old-times-sake

“Hey, lang geleden! We zouden nog eens moeten afspreken!” , een zin die ik tegenwoordig maar al te vaak hoor. Het is overduidelijk weer de tijd van het jaar om oude vriendschappen nieuw leven in te blazen. Onaangename stiltes ten spijt, wordt een zoveelste reünie op poten gezet en for old times sake blijft de ex-klasgenoot die avond net iets langer voor de spiegel staan. Het is immers meer dan belangrijk om er geslaagd, gelukkig en vooral buitengewoon goed uit te zien na een lang afscheid. Maar van waar die plotse nood elkaar weer terug te zien? Het verleden wilt immers maar al te graag rusten en sommige oude wonden kunnen maar beter niet opengereten worden. Toch zijn het niet enkel de mensen met een leeg sociaal leven of een plots teveel aan tijd, maar zelfs de populairste van de klas die een absoluut weerzien eisen. Elk van hen met een eigen reden, maar hoe gezond is het om het verleden nieuw leven in te blazen?

Levend op een tijdlijn van verleden naar toekomst, zet ieder van ons elke dag weer een stap verder richting kist. Doodgaan is immers een onoverkomelijke fase waar we allemaal doorheen moeten en tijdens die ene minuut waarin ons leven ons voor de ogen flitst, worden herinneringen opgehaald die vaak al lang vergeten leken. Het leven is immers een aaneenschakeling van herinneringen en gebeurtenissen en de mens kijkt maar al te graag sentimenteel terug naar de stappen die hij al gezet heeft. En hoewel het verleden ons gevormd heeft tot wie we zijn vandaag, voel ik niet de nood dit ook actief te laten meespelen in mijn leven nu. Het is immers onmogelijk een identieke voetstap te plaatsen bovenop een vorige, maar bovenal vind ik het zinloos te lang in het verleden te blijven hangen. Terugdenkend aan een tijd waarin alles ‘zoveel beter’ was, vervalt de mens steeds meer in het verlangen naar toen en omringt door slechts herinneringen vergeet hij dat het leven verder gaat. Maar waren de dingen vroeger echt wel ‘zoveel beter’ of is dit slechts een illusie die ons de nacht doorhelpt?

Vandaag nog kwam ik een spook uit mijn verleden tegen. Als een iets te fantasierijk, energiek en creatief kind, viel ik al snel uit de boot in de lagere school. Het duurde dan ook niet lang eer mijn klasgenoten van toen een dom excuus verzonnen om me te mogen pesten. Jaar na jaar onderging ik het leed en verbeet ik alle mogelijk tegenstand. Pesters hebben immers een veel groter probleem dan degene die gepest wordt. Toch liet dit alles me niet koud en toen het middelbaar eraan kwam, ontdekte ik dat afscherming de beste bescherming is. Mijn mening hield ik jarenlang wijselijk voor mij, mijn privéleven speelde zich maar zelden af op schoolbanken en opvallen liet ik over aan de lievelingetjes. Dat ik me hiermee niet profileerde als ‘populairste van de klas’, laat me vandaag nog kouder dan toen. Het was dan ook meer dan een bevrijding af te studeren en eindelijk ten alle tijden mezelf te kunnen zijn. Niet langer verbonden aan een plek waar ieder moest zijn zoals het hoorde, met een spannend liefdesleven om over te roddelen en de nodige allures, werd het tijd om uit te vinden wie ik was. Hoe arrogant ik nu ook mag klinken in de oren van ieder die mijn klas ooit deelde, nooit nog zou ik teruggaan naar de tijd van het middelbaar. Het was dan ook met de nodige twijfel dat ik vorig jaar een stap terugzette in de tijd.

Reünie na reünie werd op poten gezet, massa’s inkt werden verspild en nog vertikte ik het om het ‘één grote familie’-gevoel van mijn lagere klasgenoten te voeden. Toen echter ook mijn middelbare klasgenoten het voelde kriebelen en een goede vriendin van toen reeds had ingestemd te gaan, kon ik niet anders dan meedoen. Twee jaar nieuwsgierigheid werd gevoed, roddels werden verfrist en na een avond ‘bijpraten’ vertrok ik met een gerust gemoed naar huis. Nu iedereen wist hoe goed de ander het wel niet stelde, mochten de maskers weer in de kast en waren we er weer een paar jaar vanaf. Althans dat hoopte ik…Nog geen jaar sinds de laatste bijeenkomst, stak er alweer een nieuwe uitnodiging in mijn mailbox. Minder dan een week tijd kregen we om alles te laten vallen for old times sake. Jammer genoeg voor mijn klasgenoten van toen, zag ik dat allesbehalve zitten en ging ik dus gewoon voort met mijn week zoals ik ze zelf al gepland had. Maar met sentiment valt niet te sollen.

Persoon na persoon zei af en toen ik blijk gaf van een huidige sociaal leven, kreeg ik hierover de nodige commentaar. En hoewel ik perfect snap dat het niet al te leuk is als enige aanwezig te zijn op een grootse reünie, die je zelf hebt georganiseerd, maak ik mezelf graag wijs baas te zijn over mijn eigen leven. Met deze uitspraak zal ik wel tegen de nodige schenen schoppen, maar toch mocht dit voorval niet in mijn column ontbreken. Een beter voorbeeld om aan te tonen dat het verleden moet rusten, vond ik niet. Want als het verleden dan werkelijk ‘zoveel beter was’, zie ik geen enkele reden om deze illusie te confronteren met de werkelijkheid. Het is immers niet meer dan logisch dat sommige mensen verdergaan en groeien, terwijl anderen nooit zullen veranderen. Laat het verleden een goede herinnering zijn en sta niet stil, want wie te lang op één plek wilt blijven kan enkel vastroesten of vergaan.





Commerciële verliefdheid

10 02 2009

Liefde op het strand van Westende

Valentijn is nog maar eens op komst. Meer dan deze simpele zin heb ik niet nodig om de toon voor deze column te zetten. Diegenen die nu nog in paniek rechtveren en op zoek gaan naar het ideale geschenk voor hun geliefden, zijn enkelingen die duidelijk al een tijdje geen leven meer hebben geleid. Want terwijl winkeletalages steeds roder kleuren, de kranten en magazines overspoeld worden door hartjes en iedereen wel iets organiseert om ‘deze speciale dag’ te vieren, kent de liefde voor geldverspilling hoogdagen. Het is immers op 14 februari dat we de kans krijgen om onze geliefde te tonen hoeveel we van hem/haar houden en is er gelegenheid zat voor een ‘romantische’ bekentenis aan je geheime vlam. Maar is er enkel op 14 februari plaats voor liefde in dit land?

De vrijgezellen onder ons houden koppig vol Valentijn niet te zullen vieren als protest tegen commerciële uitbuiting. Vanwaar komt immers de nood om net dan met de meest clichématige cadeautjes af te komen of zelfs in het huwelijksbootje te stappen? Volledig tegen de kuddementaliteit, deel ik de mening van ieder ander met gezond verstand. Valentijn is slechts een omhulsel voor emotionele uitbuiting door de commerciële wereld. Toch moet ik met de nodige schaamte toegeven, dat ik er wel aan deel ga nemen dit jaar. Stijn en ik zijn immers slechts 3 dagen later al 6 maanden samen en het uitwisselen van cadeautjes uitstellen om toch maar niet toe te geven aan de gekte, gaat me net iets te ver. Zijn cadeau ligt immers al enkele weken te wachten op ‘die speciale dag’ en ons weekendje zee is reeds gepland. Maar niet volledig gebrainwashed door de geldverspillende maatschappij, blijf ik mij vragen stellen bij deze commerciële verliefdheid. Het is immers meer dan oppervlakkig slechts één dag per jaar te besteden aan liefde en het uiten daarvan. Echte liefde is immers een werkwoord en geen bevlieging voor één enkele dag.

En toch ontstaan er steeds meer themadagen. Dagen gebonden aan slechts één onderwerp of emotie of zelfs een feestelijke aangelegenheid. Zo viert de gemiddelde Belg maar liefst 17 feestdagen op 365 dagen tijd. En hoewel niet elke dag daarvan vasthangt aan een groot sociaal evenement en het uitdelen van cadeautjes, verwondert het me niet dat steeds meer mensen deze dagen beginnen hekelen. Het is immers dan dat het sociaal verplicht is je met zoveel mogelijk geliefden te omringen, onnodig veel familiefoto’s te trekken, om ze daarna direct op Facebook te zetten, walgelijk veel geld uit te geven en je zo fake mogelijk te amuseren. Niet verwonderlijk dus dat de eenzame onder ons meer hinder dan vreugde ondervinden tijdens feestperiodes. En hoewel het merendeel aan feestdagen tijdens de kerstvakantie bedoelt waren om een winterdip te voorkomen, zijn zij tegenwoordig vaak de oorzaak van een groeiende zelfmoordrage tijdens koude dagen.

Maar niet enkel bij eenzamen wringt het schoentje. Ook mijn oudere familieleden hoor ik steeds vaker zuchten als er nog maar eens zo’n dag aankomt. Voor hen is het immers ondenkbaar om dan niets te geven aan de kinderen, kleinkinderen, nichtjes of neefjes en als je al 50 keer Kerstmis hebt gevierd met datzelfde menu en diezelfde cd vol kerstmuziek, verliest dit natuurlijk zijn charmes. Niet enkel routine, maar ook de opgedrongen commerciële kant van deze dagen eist zijn tol. Zeker ten tijden van economische crisis. Het verbaasd mij dan ook niets dat steeds meer mensen zich afkeren van niet officiële feestdagen.

In een ver verleden moet Valentijn een magische dag geweest zijn. De oprichter was immers meer dan romantisch om één dag uit te roepen tot de dag der liefde. Een dag waarop iedereen hand in hand rondloopt door het land en liefde van de daken schreeuwt. Maar nu al die liefde de winkelstraten steeds meer overspoelt en steeds meer geld gaat kosten, is het zijn essentie kwijt. Traditiegetrouw zal ook ik dit jaar nog Valentijn vieren, maar de dag waarop zal zeker niet 14 februari zijn.





Babybrabbels

3 02 2009
babybrabbels1
Toen ik klein was wist ik het zeker: ik zou journaliste worden! Of archeologe, psychologe, wie weet zelfs secretaresse, gids of toneelspeelster..De keuzes waren eindeloos. De jaren die ik doorbracht met het maken van een ‘beroep van mijn dromen’-lijstje waren goed gevuld, duurde waarschijnlijk véél te lang en jaren later ben ik er nog niet helemaal uit. Journalistiek was immers pas nummer twee op die lijst en toch is dat wat ik nu het liefste doe. Is opgroeien dan echt het loslaten van dromen of eerder een evolutie richting realistisch denken?

Als kind weet iedereen maar al te goed waar hij/zij later bekend mee wilt worden. Hetzelfde beroep als mama en papa zijn klassiekers, maar ook de nieuwe en avontuurlijke banen zitten in de lift. Van brandweerman tot diepzeeduikster, ieder heeft wel een droomberoep voor ogen. Maar zijn ook de meeste kinderdromen bedrog? De mijne was dat helaas wel. Hopeloos geïnteresseerd in dino’s en geschiedenis, bleef ik hopen ooit een fossiel in mijn eigen zandbak op te graven of op zijn minst een onontdekte piramide te kunnen opspeuren na de nodige opleiding. Helaas maakte mijn gebrek aan passie voor wiskunde, fysica en chemie al na het eerste jaar middelbaar komaf met mijn grote droom. Er rest mij nu dus enkel urenlang staren naar reeds ontdekte dino-skeletten in musea. Maar toen kwam journalistiek ter spraken. Het was immers National Geographic die me zowel via tv als print lieten dromen van grote archeologische ontdekkingen. Piramides werden voor mijn ogen opgebouwd en dino’s huppelden springlevend rond op het televisiescherm. En dat wou ik ook kunnen. Met woord en beeld opwekken wat slechts in dromen kan, werd een nieuwe passie van mij en is al enkele jaren lang droomberoep nummer 1, maar ligt deze droomjob wel binnen handbereik?

Vroeger werd immers geloofd dat het eerste woord van een baby zijn/ haar hele toekomst zou uitwijzen. Waar men toen echter niet aan dacht was de dubbelzinnigheid van bepaalde woorden. Zo was mijn eerste woord ‘kindje’. Niet direct een eerste woord om trots op te zijn, maar zeker niet at random gekozen. Maar wat houdt dit nu precies in? Zal ik eigenares worden van een kroostrijk gezin of eerder een job gaan uitoefen met kinderen? Misschien maakt dit mij wel een toekomstige kindermoordenares of ben ik voorbestemd een bekende babysitter te worden? Honderden mogelijkheden veroorzaakt door slechts één woord. Toegegeven, het moment dat een kind van onnuttig gebrabbel overstapt tot een zinnig woord (om daarna weer enkel onzin uit te kramen) blijft ook mij verbazen. De evolutie van gebrabbel tot gezever is zeker één om over na te denken, maar heeft het wel zin reeds na te denken vanaf het eerste woord? Wijsheid komt immers pas met de jaren en hoeveel toekomst kan er verscholen gaan achter één enkel woord?

Altijd klaar met een niet voor de hand liggend antwoord, heb ik een mogelijke verklaring gevonden voor het belang van ‘het eerste woord’. Hoewel we ons als baby nog verre van bezighouden met welk woord we best kunnen kiezen, blijft dit toch door veel volwassen hoofden spoken. Er ligt immers een zeker belang bij woordkeuze en na al die jaren zet dit woord ons weer tot nadenken. Hopeloos op zoek naar een mogelijke verklaring gaan we onze hele geschiedenis af, zoekend naar een link met dat eerste woord. Ook een mogelijke toekomst wordt uitgepluisd en voor sommigen vormt een eerste woord zelfs de basis van een heel ander leven. Wie immers altijd bezig is met pen en papier en op weg is naar een stresserend en kinderloos bestaan, is immers niet goed bezig met de vervulling van zijn eerste woord. Moet ik dan maar alles wat ik vroeger wou overboord gooien voor iets dat misschien wel eens mijn toekomst kan zijn? Natuurlijk niet! Laat de toekomst maar toekomst worden. Elke stap die we zetten, elke letter die we schrijven, foto die we trekken of gewoon al beweging die we maken veranderen wat we waren naar wat we worden. Ik zal de toekomst dus zijn gang laten gaan en mijn kinderdroom verkiezen boven een volkse wijsheid.