Het is vandaag exact drie jaar geleden. Drie jaar vol nieuw leven, evoluties, hoop, maar ook een diep tranendal en zakdoeken vol verdriet. Want drie jaar mag dan wel een eeuwigheid lijken voor diegene die wel verder konden, mijn hart staat nog steeds stil als ik eraan denk: mijn opa is dood.
En hoewel je dood al lang aangekondigt was en ik drie jaar geleden goed genoeg wist dat dit waarschijnlijk de laatste dag van je leven zou zijn, toch kan ik niet verder gaan.
Er dan wel is een tijd om te rouwen en een tijd om voort te gaan, maar voortgaan zonder jou zou enkel achteruitgang zijn. Dus herinner ik je dagelijks in de kleine dingen die je achterliet.
Het was een mooie herfstdag in oktober toen ik impulsief besloot alle moed bijeen te rapen en nog eens op bezoek te gaan. Niet dat ik dat nooit eerder gedaan had, laat staan dat ik niet wou, maar de man die daar lag was mijn Fofa niet meer. Mijn opa was een geweldig man. Hij was een knutselaar met gouden handen, beheerste wiskunde als geen ander en was zo lief dat zelfs zijn kater leerde praten om dichterbij te zijn. Maar de koppigheid die hij aan mij doorgaf zou later zijn doodsvonnis tekenen. Op een mooie lentedag in 2006 besloot je namelijk eindelijk eens naar de dokter te gaan met een aanhoudende buikpijn. Wat oorspronkelijk een normale consultatie zonder al te zware gevolgen zou zijn, draaide echter helemaal anders uit. Darmkanker was de conclusie en “ongeneeselijk” was daar onlosmakend mee verboden. Ironisch genoeg zou je het perfect gered hebben als het maar wat vroeger was ontdekt, maar nu was je te oud en je hart te zwak om er nog veel aan te kunnen doen. Zienderogen verschrompelde die geweldige man, mijn peter, tot er enkel stilte en koude overbleef. Weg was de man met wie ik vroeger Chinese voetbal speelde in de tuin.
Daarbovenop wou je ons extra verdriet besparen door je in steeds meer in jezelf te keren, al maakte dit het enkel véél ,véél moeilijker. De nodige conflicten, wanhoopstranen en ziekenbezoekjes later werd steeds duidelijker dat we afscheid moesten nemen.
Terwijl het steeds stiller werd in je palliatieve kamer, mijn oma zich steeds eenzamer voelde (aangezien je iedereen buiten sloot) en iedereen besefte dat hetdringend tijd werd om afscheid te nemen, zat ik op 0110. De druilerigste, meest afgrijselijke dag uit mijn leven. Alsof het nog niet genoeg was dat ik wist dat je die dag waarschijnlijk dood zou gaan, terwijl ik mij ‘amuseerde’ op een festival, moest een (ondertussen ex-) beste vriendin haar onbegrip over mijn afwezigheid aan je sterfbed nog maar eens uiten. Ik was dan wel doodsbang je te verliezen zonder afscheid, mijn angst voor de dood himself was nog véél groter. En toch besloot ik op twee oktober 2006 nog een laatste keer langs te gaan.
Of het nu lag aan het lot, de bus of de drie minuten waarin ik stilstond voor een slok water, ik kwam te laat.
Volgens de verpleegster wachtte je expres de eenzaamheid op. Het was klokslag vijf uur in de middag toen ze besloten je een laatste keer te wassen en alle familieleden uit de kamer te jagen. Het was klokslag vijf uur in de middag toen ik stilstond (op vijf minuten wandelafstand van het ziekenhuis) voor een slokje water. Vijf minuten later was je niet meer.
En lafhartig als ik was kon ik maar geen afscheid nemen aan je sterfbed. Vanuit de deuropening keek ik neer op wat ooit mijn opa was geweest en kon ik enkel weggaan met tranen in mijn ogen en eeuwige spijt dat ik te laat was.
En dus begon ik te verzamelen. Krampachtig vasthoudend aan alle wat ooit van jou was, besef ik dat ik niet enkel mijn koppigheid, maar ook mijn verzamelzucht van jou komt. Hele dozen piepschuim werden uit je garage gevist en weggesmeten, terwijl ik met tranen in mijn ogen toekeek. Vluchtig als het menselijk geheugen is, wist ik namelijk dat het niet lang zou duren eer alle beelden zouden veranderen. Kindertijden zijn nooit meer hoe het werkelijk was, verhalen worden subjectief ingekleurd, details gemisinterpreteerd en voor ik het wist zou je helemaal verdwenen zijn. Dus begon ik aan mijn verzameling. Alle stukjes die de darmkanker van je wegwraten, ving ik op in mijn ‘schatkist’. Gaande van het joggingspak dat je nooit mocht dragen (casual tv kijken is in de ogen van de moemoe nog steeds not done) tot je eigenhandig gerepareerde accoustische gitaar: al het goud uit jouw handen vormt tot op vandaag mijn herinnering aan jou. Één die ik altijd zal blijven koesteren. Want hoewel Heleen’s poging tot gitaargetokkel de stilte na je vertrek wist op te vullen, je handige handen worden meer dan ooit gemist telkens er een valse noot weerklinkt.
Ooit zal ik me erbij moeten neerleggen. Inzien dat er niets meer is dan een koude steen met plastic bloemen en daarachter een stoffige herinnering aan een geweldig iemand. Dat het tijd wordt om voort te gaan en stilaan te vergeten.
Maar die tijd is nu nog niet.
Dierbaar aandenken aan Armand Vanhees, gestorven op twee oktober 2006 om 17u







Recente reacties