Liefste dagboek,
Terwijl het geruis van de voortrazende trein zich steeds meer vermengde met de muziek in mijn oren, kon ik niet anders dan zelf nog eens stilstaan bij alles wat er de afgelopen dagen is gebeurt. Gisteren nog kreeg ik het weer eens aan de stok met een oude vriendin die zich verwaarloosd voelt. En hoewel zij het er niet inkrijgt dat ik het nu eenmaal niet al te simpel heb thuis, dat zieke mensen geen aangenaam gezelschap zijn en dat je het nu eenmaal ferm beu wordt om constant te springen voor mensen die hetzelfde absoluut niet doen voor jou, kan ik niets anders dan me afvragen of ze gelijk heeft. Of ik inderdaad al mijn tijd steek in Stijn , wil breken met mijn middelbaar en het echt teveel gevraagd is om haar af en toe eens aan te spreken op msn (al weet ik goed genoeg dat enkel zij in die conversatie aan het woord zal komen en ze mijn goede raad toch naast zich zal neerleggen). Breinbrekende vragen genoeg dus, maar na een verklarende en mezelf verdedigende e-mail ,leg ik de zaak volledig naast me neer. Alweer een vriendin van het middelbaar minder dus, maar oud worden doen we nu eenmaal alleen. En toch ook weer niet…
Of je het nu wilt toegeven of niet, ieder van ons zal ooit (desnoods in een ver en duister verleden) wel een dagboek hebben gehad. Een boek, schrift of gewoon losse hoop papieren volgeschreven met wanhopige tienerliefdes, ruzies thuis of problemen met vrienden. En hoewel deze papieren vriend nooit zal antwoorden, laat staan goede raad zal geven, houden hopen mensen zich hieraan vast alsof het hun beste vriend is. Hij is immers de enige constante in je leven die, verwaarlozing of niet, er als enige altijd zal zijn. De opluchting die vrijkomt na het neerschrijven van de voorbije dagen is nochtans niet zijn enige bestaansreden. Bewust of niet, een dagboek is een menselijke poging tot onsterfelijkheid. Waar wij stoppen met ademen, vertellen zij ons verhaal voort aan ieder die ons emotionele geschrift kan lezen. Want hoewel dagboeken helden zijn in het wegwerken van negatieve emoties, zij dienen vooral als boodschapper in de toekomst.
De meeste mensen zijn doodsbang om te sterven. Goed beseffend dat we na ons leven hier terugkeren tot stof, proberen vele van ons hun aanwezigheid te rekken. Sommige maken naam als wetenschapper, schrijver of ontdekker van iets, maar aangezien de geschiedenisboeken zo al dik genoeg zijn en dus steeds minder plaats hebben voor de gewone mensen onder ons, moet ieder zijn eigen manier vinden. Of het nu gaat over een tijdscapsule die begraven ligt in de tuin, een zeldzame gedichten- of postzegelverzameling of gewoon een dagboek, iedereen zal zo wel iets hebben. Ik daarentegen heb ze alle drie. Altijd al doodsbang geweest om ineens “weg” te zijn en vergeten te worden, besloot ik jaren geleden om stilaan mijn stempel te zetten op deze aarde. Een toekomst als archeoloog of wetenschapper ligt duidelijk ver buiten mijn bereik, dus werden het gedichten die mij niet enkel emotioneel, maar ook letterlijk laten overleven. Ook een tijdscapsule was zo één van de dingen die ik absoluut moest nalaten. Helaas voor mij was begraven in mijn tuin nooit echt een optie. Niet enkel omdat mijn ma, de tuinfreak, me zou vermoorden, maar vooral omdat een houten kist gevuld met papier het niet al te lang zou rekken in een wormige ondergrond. Dus verblijft mijn capsule op mijn kamer. Al mijn ‘kostbare’ bezittingen liggen dan wel lekker dicht in mijn buurt, een gevoel van veiligheid was er toch pas toen er ook een slot op ging. De inhoud van die kist heeft dan wel tot nut gedeeld te worden, toch zal het pas lang na mijn dood zijn dat er ook echt in gerommeld wordt door iemand anders dan mijzelf. Maar zal de inhoud van die kist ook echt mijn leven weergeven aan een volgende generatie?
Wat er exact in mijn ‘tijdscapsule’ zit, ga ik in deze blog niet vertellen. (Kill me and find out zou ik zo zeggen..) Maar dat mijn dagboeken hierin zitten, is de logica zelve. Als vrouw van veel woorden is het niet meer dan logisch dat ik met één klein boekje geen genoegen had en ondertussen zitten er dus al minstens 7 verschillende schriften in mijn kist. Maar hoewel er genoeg informatie te vinden is over mijn dagvulling van de voorbije 10 jaar, toch blijft de vraag of al deze bladvulling ook een goed beeld geeft van wie ik was en wat ik deed. Veel mensen hebben immers de gewoonte om de goede momenten te beleven en de slechte neer te schrijven. Het menselijke brein mag dan wel beter in staat zijn de negatieve dingen te onthouden, het zijn deze emoties die we het meeste neerschrijven. De kans bestaat immers dat we tijd waarop we goede dingen hadden kunnen doen, wegsmijten door er teveel over te schrijven. Dus is het met betraande ogen dat we onze dagen hier beschrijven. Het teruglezen van een dagboek is dan ook verre van een aanrader. Niet enkel kan het kinderlijke geschrift afschrikken, maar veel wonden worden terug opengereten en niemand leest graag uitsluitend slechte dingen. Stoppen met schrijven dus? Natuurlijk niet! Een dagboek mag dan wel de slechtste manier zijn om een beeld te geven over hoe gelukkig je leven was, je karakter blijft zwart op wit op papier staan. En dat je alleen maar een mens was die nood had baaldagen neer te schrijven, zullen ze zelfs in de verre toekomst begrijpen. Dus schrijf ik rustig voort in mijn papieren vriend, maar blijf ik toch proberen om mijn naam ook op een andere manier het eeuwige leven te gunnen.
Recente reacties